Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

benoeming tot eersten wijsgeer en tot eersten wiskundige 'der Universiteit te Pisa aanbieden; Galilei verlangde echter tot eersten wijsgeer en eersten wiskundige bij den persoon mn den Groothertog benoemd te worden. Alles werd hem bereidwilligst verleend. Galilei, schoon gewaarschuwd voor de „woedende stormen der jaloezie op de hoogstaande zee van net hofleven", ging daarheen, waar hij, vrij van voorlezingen, meende zich ongestoord aan de wetenschappen te kunnen wijden en waar zijn roemzucht en ijdelheid meer voedsel vonden.

Reeds te Padua had Galilei zich veel vijandschap op den hals gehaald, omdat hij in zijn lessen de leer van aristoteles niet spaarde. In den beginne aarzelde hij wel een weinig openlijk de verdediging van het stelsel van copernicus op te nemen, doch de telescoop, die pas uitgevonden was en waarmede hij, het hemelruim doorzocht en nieuwe merkwaardige ontdekkingen deed, gat hem zulk een vaste wetenschappelijke overtuiging, dat hij zijn vrees overwon en onverschrokken voor het nieuwe wereldstelsel optrad.

Van Florence reisde Galilei naar Rome. Hij werd ook daar allereervolst ontvangen. De triomfen, welke hij er vierde, waren buitengewoon. Zijn succes was volkomen. Aan kardinalen en geleerden toonde hij de veel besproken verschijnselen aan den hemel. Een op verzoek van kardinaal BELLARMiNUS gevormde Commissie van het Romeinsche College, bestaande uit de Jesuieten Clavius, Griemberger, Malcotio en Lembo. bevestigde de waarheid der door Galilei beweerde feiten. Met onderscheidingen van allerlei aard overlaadde men den gevierden astronoom, Paulus V verzekerde hem in een langdurige audiëntie van zijn onveranderlijke welwillendheid. De door den vorst cesi zes jaren te voren gestichte Academia dei Lincei benoemde hem tot haar lid. Daarom kon kardinaal del monte aan den Groothertog van Toskane schaven r „Wanneer wij nog in de oude Romeinsche Republiek-leefden, dan geloof ik zeker, dat men voor hem een zuil op het Kapitool zoude opgericht htebben om de voortreffelijkheid van zijn waarde te eeren." (J)

i) K. v. Geblèr, l c. p. 45. — Dom. Berti, Copetnico t U vicendt m Sütema Copernicana in Iiaaa, p. XIX.

Sluiten