Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot de oprecTitsïe vrienden en bewonderaars van Galilei behoorde kardinaal barberini, de latere Paus Urbanus VIII. Deze vriendschap werd ook daardoor niet verminderd, dat Galilei zijn Brieven aan welser ofver de zonnevlekken uitgaf, waarin hij tegen den Jesuiet scheiner optrad en voor de eerste maal het Copernikaansche stelsel verdedigde. Kardinaal Barbarini, wien hij een exemplaar gaf, schreef hem een vleiend dankschrijven en verzekerde hem, „dat hij de Brieven zoude lezen en herlezen, met groote voldoening, gelijk het werk het verdiende." Op dezelfde wijze oordeelden Kardinaal borromeo en Msgr. Aguchia, een der hoogste beambten aan het Romeinsche Hof, over het boek.

Kardinaal Barberini herdacht zelfs in een ode de ontdekkingen van Galilei en zeide over de zonnevlekken, wier vinding hij aan zijn vriend toeschreef:

Non semper, extra quod radiat, jubar splendescit intra;

respicimus nigras in sole (quis credat?) retectas Arte tua,

Galilaee labes. *)

„Genoeg om te kunnen oordeelen, dat Galilei het doel zijner reis volkomen bereikte en dat de Romeinsche geleerden, wel verre van zich tegen den vooruitgang der wetenschap te verzetten, er zich integendeel ten hoogste over verheugden. Hij keerde nu, met roem beladen, naar Florence terug.

Tot nog toe zien wij hem alles gelukken: hij wordt toegejuicht dror de menigte, vereerd door de grooten, bewonderd door de geleerden; zijn overwinningen, op het gebied der wetenschap behaald, scheen hij in vrede te kunnen genieten en onder den algemeenen bijval te kunnen voortzetten." 2)

„Wat Kardinaal Barberini in zijn Ode aan Galilei over de zon zegt, geldt echter helaas maar al te dikwijls van groote geesten. Hoe. heerlijk zij ook naar buiten uitstralen, in hun binnenste zien wij niet zelden „zwarte vlekken". Van dezulke was ook Galilei niet vrij; wij rekenen daaronder niet alleen zijn onzedelijkheid — hij had drie kinderen van een Venetiaansche bijzit — maar ook zijn eerzucht, zijn ijdelheid en zijn rechthebberij. Reeds zijn medeleerlingen noemden hem den „twister". De bewonderaars van Galilei leggen natuurlijk ook dit epitheton ten gunste van hunnen held uit en staan reeds verbaasd in den „student" over het hemelhooge steigeren van het genie tegen het starre vasthouden

1) Santé Pieralisi, Urbano VIII en Galileo Galilei. p. 22. a) De Katholiek, 1868, LUI, p. 95.

Sluiten