Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had te Rome goéde vrienden en machtige beschetlWra; pP nen rekend? hij. Kardinaal Maffaei Barberini schreef hem: „Mannen van groot talent gelijk gij, verdienen lang te leven tot het al ge me en - w elzijn.''

Ware het geschil gebleven op zuiver wetenschappelijk ter- | rein, dan konden hem zijn tegenstrevers weinig kwaad doen, doch deze brachten Galilei tegen zijn wil op het gebied der Schriftuurverklaring. Daar volgde hij hen en daar moest hij het spel! verliezen. ) j

Een zekere kloosterling, Sizi, was de eerste, in i6ii, die Galilei beschuldigde de Heilige Schrift tegen te spreken. Desniettegenstaande zette Galilei de verdediging van zijn stelsel door in een nieuw werk: Intidria Mn^ostmiioniiittisrne alle irutcc'hïe soisri, „Geschiedenis- en bewijsvoeringen aangaande de vlekken der zon." (1613). Verder was het bosoaglia, een van Galjj-EI's collega's, welke aapleiding werd,, dat het geheele geschil op den voor Galilei zoo noodlottigen weg veneeilde. Aan de hoftafel namelijlf fluisterde deze BosCAGLIA de Groothertogin moeder Christina in bedoor, dat de Heilige Schrift legen het Copernikaansche systeem was. De , oude dame disputeerde nu na tafel daarover met Galilei's besten vriend en raeeningsgenoot, den Benedjctgfit. Qa,S.telli, die allen, ook den Groothertog en dtens gemalin, overtuigde, terwijl de bejaarde moeder van den vorst bij haar gevoelen bleef. Galilei en Castelli schenen hierover ontroostbaar. Een.jaar later richtte de eerste een schrijven aan.zijn vïiend CasïBLLI over de uitlegging van de Heilige Sdhr-iff en over haar verhouding tot de natuurwetenschappen, hetwelk druk verspreid werd.

„De H. Schriftuur kan niet liegen of zich bedriegen. De waarheid harer woorden is vpjkomen eft qn^estr^dpaar. Maar dipgenep, welke ze uitleggen^eq verklajrjan,-kunnen zich op verschillende wijzen bedriegen en men zou noodlottige en menigvuldige dwalingen bedrijven, wilde men aan den letterlijken zin vasthouden; men zou inun^s kopien tot grove tegenstrijdjghfden, tot dwalingen, tot godddoqze leeringen, wijl men zou gedwongen zijn te zeggen,_ dat God voeten heeft en handen en oogen etc. In zake van natuurwetenschappen zou de H. Schrift de laatste plaats moeten bekleeden... De Heilig j Geest heeft ons in de H. Schrift niet'willen leeren, of de hemel in beweging is of niet in beweging, of hij den verm heeft van een 'bol of van een schijf, welke van beide

Sluiten