Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 fot kardinaal Barberini verstoord, met wien hij tot aan diens verheffing op den Pauselijken troon in vrindschappelijke briefwisseling bleef." (x)

Wat is nu de reden, dat de Heilige Stoel zijn houding ten opzichte van galilei en van het Copernikaansche stelsel veranderde ?

Men heeft deze zwenking aan „kuiperijen en drijverijen der Jesuieten" willen toeschryven. Niets minder ongegrond dan deze aantijgingen.

Vooreerst was de verhouding van Galilei tot de Jesuieten bij wie hij gestudeerd had, destijds ondanks zijn geschrift tegen den Jesuiet Scheiner (pseudoniem Apelles) ongestoord en goed.

Ten tweede, Galilei zond, toen zijn brief aan Castelli gedenonoeerd was, terstond een afschrift daarvan aan Pater Griemberger, zijn grootsten vriend en begunstiger.

Ten derde, hij verontschuldigde zijn tegenstander SiZZI, die zijn ontdekkingen strijdig met de Heilige Schrift verklaard had, „bij de Paters Jesuieten, die zijn kinderachtigheden met luid gelach gelezen hadden."2)

Ten vierde, Ciampoli berichtte den 28*" Maart 1615 aan galilei, dat vele Jesuieten in het geheim het Copernikaanschie systeem hielden. Voor 1616 behoorden zij zeker niet tot Galilei 's verklaarde tegenstanders.

Ten vijfde, de invloed der Jesuieten bij de Romeinsche Congregaties en overheden wordt mateloos overdreven. Tot de qualificatoren van het Heilig Officie, die het Copernikaansche stelsel als „kettersch" censureerden, behoorden verscheidene tegenstanders van de Jesuietenorde. 3)

De sterke tegenspraak' en het vrij algemeene verzet, die Galilei, niet echter Copernicus, omtrent de zelfde zaak — het nieuwe wereldstelsel — ontmoette, kan vooreerst hierdoor verklaard worden, „dat hij aan de onbeperkt heerschende Aristotelische school openlijk den oorlog verklaarde en haar natuurwetenschappelijke stellingen door de verpletterende i>ewijzen van

i) G. Schneemann, 1. c. XIV, p. 120—121. «) Alberi, Le Opere di Gal. Galilei, VI, p. 161. 3) G. Schneemann; 1. c. XIV, p. 121.

\

Sluiten