Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kingen maakte zonder de vereischte waarnemingen gedaan te hebben. j

In 1618 hield hij, door ziekte verhinderd om waarnemingen te doen, drie kometen, welke waarlijk hemellichamen waren, voor nevel- of mistzuilen, welke van de aarde tot ver boven de maan gestegen en door de breking der zonnestralen zichtbaar werden.1) In het geschrift /7 saggiatore verdedigde hij zijn ge voelen tegenover den Jesuiet GROSSl:

„Natuurlijk willen wij ons niet boven den groeten meester verheffen; hij is en blijft de vader van de nieuwe natuurkunde; maar men mag toch opmerken, dat zijn kind terstond na de geboorte nog zeer zwak en onbeholpen was en daarom niet een sedert duizenden jaren diep ingeworteld stelsel uitrukken en omver halen kon."2)

3: Het hoofdbewijs van Galilei voor het Copernikaansche wereldstelsel was in tegenspraak met de zekerste waarnemingen der natuur en werd door hem ondanks alle tegenbetoogingen vastgehouden.

galilei meende, dat de beweging der zee, welke wij onder den naam van eb en vloed kennen, door de beweging der aarde veroorzaakt werd en beschouwde daarom dit verschijnsel als een rechtstreeksch bewijs voor het stelsel van copernicus. Hij betoogde dit in een .brief aan kardinaal Orsini en werkte het verder in zijn vermaard geschrift Over de Wereldsystemen uit. Door Urbanus VIII en vele anderen werd hij weerlegd en hem werd aangetoond dat eb en vloed door de maan en niet door de omwenteling der aarde veroorzaakt worden. Dit gevoelen van Kepler noemde Galilei kinderpraat. Hij duldde geen tegenspraak, wanneer hij eenmaal zijn idee er op had gezet.3)

4. Nog op een ander punt kwam Galilei in tegenspraak met de nauwkeurigste vorschingen en berekeningen van de sterrenkunde en ignoreerde tevens een der prachtigste ontdekkingen van deze wetenschap. Kepler had zijn wetten over de

O K. von Geblèr, 1. c. p. 126.

2) G. Schneemann, L c. XIV, p.. 125.

3) Kosmos, III. p. 18. — Alberi, 1. c. IX, p. 66, 266, 281; X, 59, — G, Schneemann, 1, c. XIV, p. 125—128,

Sluiten