Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tosktónschen gezant fe Rome, bleef hij1 zijn ffieéning verdedigen met zulk een drift, dat deze hem alle voorzichtigheid deden verliezen. De gezant zelf, verschillende Kardinalen van het H. Officie, Kardinaal del Monte raadden hem aan niet zoo voortvarend op te treden en zijn meening kalm te verdedigen, bijaldien hij haar niet kon opgeven. Alles te vergeefs. De gezant kon zulk een gedrag niet billijken en voelde zich verplicht den Groothertog van Toskane en diens broeder, den Kardinaal, te waarschuwen, opdat zij niet zeiven door hun bescherming van hun gunsteling Galilei in ongelegenheid zouden geraken.

Enkele van zijn tegenstanders, die hem met onedele bedoelingen bestreden hadden, waren niet tevreden over den afloop der zaak. De verschoonende en welwillende behandeling, welke Galilei van Rome had ontvangen, was hun een doorn in het oog. Zij verspreidden in Toskane het valsche gerucht, dat hij voor Bellarminus zijn meening had moeten afzweren en dat deze hem een boete had opgelegd. Die aantijging kon galilei niet verdragen en niet weinig gebelgd, verzocht hij aan bellarminus hem te rechtvaardigen, hetgeen deze den 26sten Mei 1616 deed.

Deze ondubbelzinnige bewijzen van genegenheid waren niet in staat om GALlLEl's gekrenkte eigenliefde te bedaren, evenmin als het dekreet der Congregatie van den Index, hem tot voorzichtigheid stemde. Hij bleef voortgaan zijn meening te verdedigen. Op verzoek van Cosmo II keerde hij naar Florence terug, waar hij voorloopig een oogenschijnlijke gehoorzaamheid aan de beslissing der Romeinsche Kardinalen betoonde.

Pater Grassi, een Jesuiet, had in een boek Libra Astrono mica „Sterrekundige Weegschaal", het stelsel van copernicus en de denkbeelden van galilei rechtstreeks aangevallen. (1620). Dit kon galilei niet dulden; hij was boos over de openlijke en bedekte verwijten, welke grassi tegen hem gericht had. Nu schreef hij zijn Saggiatore „De Beproever" om zich over dien smaad te wreken. Het boek is met spot en bijtende ironie geschreven. Verschenen in den vorm van een brief aan VlRGINIO Cesarini, werd het door Galilei opgedragen aan Urbanus VIII (1623). Galilei toont aan, dat het stelsel van copernicus overeenstemt met de waarnemingen van de telescoop en dat

Sluiten