Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn goédkeuring slechts gegeven op. voo-rWa^de, dat et eenige veranderingen in het werk werden aangebracht, want hij bemerkte, dat galilei zijn stelsel niet als loutere onderstelling, maar als wetenschappelijke waarheid opzette. Bovendien moesten de veranderde drukproeven nog eens aan de revisie van Pater RiCCARDl onderworpen worden.

Galilei liet nu zijn boek te Florence drukken. De Inquisiteur aldaar, de Dominikaan Fra Clemente, en de Vicaris-Generaal hadden de ware beteekenis van Galilei's dialoog niet doorschouwd en gaven hun goedkeuring. Maar behalve deze goedkeuring zette Galilei ook het imprimatur van Pater RiCCARDl op zijn werk. Zoo verscheen het. „De Romeinsche Curie was ondanks haar slimheid bedrogen door een Italiaan, die sluwer was dan zij, door een medeburger van Machiavelli." (1)

Tm derde, de laatste en niet de minste reden.waarom galilei de gunst van den Paus verloor en diens verbittering uitlokte, was, dat hüj in zijn dialoog de belofte verbrak, in lóTfSxplechtig door hem gedaan, het stelsel van Copernicus niet meer te zullen verdedigen en dat hij het verbod der kerkelijke overheid overtrad.

,,Wij gelooven, dat de Dialoog, al bewaarde hij den wettelijken vorm, een openlijke overtreding van het Dekreet der Index-Congregatie was. Dit geeft ook GEBLÈR met de woorden toe: „Den geest van het Dekreet van den 5 Maart 1616, evenals de Pauselijke voorschriften weerstreefden de dialogen van het begin tot het einlde en het was een groote naïeviteit te gelooven, dat de fijngedraaide voorrede en de verschillende kleine diplomatieke handigheidjes voor de geleerde wereld diens waren zin zouden bemantelen." Nog sterker drukt zich A. MEZlèRES uit. (2)

In Februari 1632 was Galilei's befaamde Dialoog verschenen. De verschijning maakte een zeer gemengden indruk'. De Florentijnen, die op hun zeldzamen geleerde groot gingen, ontvingen het met de levendigste geestdrift en verspreidden het terstond te Bologna, Venetië en Verona; de vrienden en volgelingen van GALILEI wenschten hem geluk. Daarentegen sloegen de _______ (j)

(*) A. MEZlèRES, Revue des.Deax-Mondes, 1876, 1 Oct.p.655.

2) G. Schneemann, 1. c. XIV, p. 264-265, von Geblèr, Galüeo Galiiet, p. 185. — A. Mezières, Revue aes Deux-Mondes, 1876, 1 üct p. 658. fl '

Sluiten