Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemde uitspraak heb ik, overtuigd1 vim 'de wïjshéW' mijtte* overheden, allen twijfel opgegeven en l-cl gevoelen van ptolomeus voor waar gehouden, gelijk ik het tttf voor Waar hond... Ik houd deze meening van copernicus niet voor waar en heb dit nooit gedaan, sedert mij bevolen is haar op te geven)... Ik ben in uwe handen; doet met mij, wat gijl wilt; ik zal mijl onderwerpen; ik heb deze meening. gelijk ik gezegd heb, niet voor waar gehouden, sedert zij veroordeeld is".

In de veroordeeling van den volgenden dag wordt gepegd: „Daar het ons echter toescheen ,dat gij de volle waarheid betrekkelijk uwe meening niet gezegd hadt, oordeelden wij het noodzakelijk om u gestreng te onderzoeken en toen hebt gij de waarheid beleden". Er moet dus na het besproken verhoor, waarin Galilei zijn kwade bedoeling weigerde te bekennen, nog een examen rigorosum gehouden waarin hij zijn schuld

beleed. (4)

Den 22 Juni 1633 werd de uitspraak gedaan in de groote zaal van het Dominikanerklooster Sancta Maria Söpra Minerva te Rome. Het vonnis werd uitgesproken in naam van de Congregatie der Inquisitie. Het bevatte vooreerst de namen der tien Kardinalen van het Heilig Officie, ten tweede, de (geschiedenis van het proces, te beginnen van 1615, eindelijk het vonnis. Daarin wordt gezegd:

,,Wij verklaren, dat gij u aelven bij dit H. Officie zeer ver- / dacht gemaakt hebt van ketterij, omdat gij geloofd en vastgehouden hebt een valsche en met de H. Schriftuur strijdende leer... Het heeft ons behaagd u hiervan vrij te spreken (van de ingeloopen straffen), zoo gij eerst met een oprecht gemoed en een ongeveinsde meenhig in onze tegenwoordigheid bovengenoemde dwalingen én ketterijen en ieder andere met de Katholieke' en Apostolische Rbomsche Kerk strijdende dwaling en ketterij in die formule afzweert, verwerpt cn veracht, welke u door ons zal gegeven wotd^n^.... Wij bepalen, dat het boek de Dialogo van galilei bij een openbaar dekreet zal verboden worden, en u veroordeelen wij tot een werkelijke gevangenis van dit H. Officie, voor zoolang het ons zal behagen, en bij

X1) De Katholiek, LIII, p. 405.

Sluiten