Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leovén' aan "de waarheid of 't verwerpen der dwaling. Het valt misschien onder de zoo dwaas bespotte uiterlijkheden dei Kerk, dat zij deze uitspraken, deze handelingen des pausen van zekere teekenen omkleed wil zien.

Waar die teekenen ontbreken, daar mist de pauselijke uitspraak den stempel der onfeilbaarheid. De Kerk is eene maatschappij, uit menschen samengesteld, en het goddelijke wat in baar is, omkleedt zich, naar het voorbeeld van het het Woord, dat het vleesch aannam, met menschelijke teekenen.

Deze algemeene beginselen-waarheden, door alle katholieke schrijvers gehuldigd, brengen de vraag óver de pauselijke onfeilbaarheid in betrekking tot het proces van Galilei tot haar eenvoudigste uitdrukking terug. Het pleit over den aard van Galilei's onderwerping wijkt op den achtergrond en het geldt alleen de vraag, of de uitspraak, waarbij het stelsel van Pythagoras als valsch en strijdig met de H. Schrift werd veroordeeld, eene uitspraak is geweest van den paus, sprekende als onfeilbaar leeraar der Kerk.

Daar is uitspraak en uitspraak, decreet en decreet. De vraag, tot welke soorten van uitspraken het decreet van 5 'Maart 1616 behoorde, verdiende wel gesteld te worden. Is de uitspraak eene zoodanige, die tot onderwerping des verstands verplicht, of beweegt zij zich eenvoudig op het gebied der tucht r Hebben wij hier met eene wet, die het aannemen van waarheden, of het verwerpen van dwalingen voorschrijft, te doen, of is die decreet niet meer dan eene wet, die het lezen en bewaren van zekere boeken verbiedt ?

Waarlijk, de vraag mocht door niemand, die aan hare beantwoording niet minder dan de beslissing over de al of niet Waarheid van een leerstuk verbindt, wel worden gesteld.

Maar wij nemen aan, dat in deze uitspraak waarlijk een gebod tot het verwerpen eener dwaling gevonden wordt. Prof. Fruin heeft er niet het minst aan getwijfeld, onze taak is het hem te volgen. Wij zagen reeds, hoe de h'oogleeraar het ontbreken der gewone clausule door een beroep op eene aanteekëning, gevonden in het register der decreten van de Inquisitie, ter zijde schuift en onmachtig maakt. Maar die aanteekening zelve is niet zoo duidelijk en heeft geenszins de volle kracht van het bewijs, dat gevorderd wordt. Zal een besluit, door een congregatie genomen, het karakter van een onfeilbaar pauselijk besluit bezitten, dan behoort dat besluit door den paus te zijn bekrachtigd, terwijl eveneens de uitvaardiging van het besluit door hem moet worden bevolen. Nu spreekt de aanteekening wel van een bevel tot uitvaardiging door den paus gegeven, niet van eene bekrachtiging. Hiermede valt dan ook de geheele bewering, die het decreet van 5 Maart 1616 aan den paus als onfeilbaar leeraar der Kerk toeschrijft, in duigen 1 Geenszins-. Dat ontbreken der bekrachtiging heeft voor prof. Fruin geene moeilijkheid. Volgens hem zijn de ken teekenen Van een onfeilbaar decreet eenvoudig formules. Wij weten echter, dat deze formules de voorwaarden zijn, van wier al- of

Sluiten