Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijdig met' de H. Schriftuur. Ten gevolge verbood zij ook dis'leering te onderwijzen als niet veilig en schadelijk, in zake van geloof en eveneens de boeken, die er over handelden.'^1)

C. Derde beschuldiging: De Katholieke Kerk is tegen den .■ooruitgang der wetenschap.

Welke waren, onder het opzicht- van de ontwikkeling der 'vetenschappen, de historische gevolgen van GALlLEl'S veroordeeling?

Volgens sommige vijanden van de Kerk zou het vonnis van 1616 en 1633 niet alleen de onderzoekingen, geschikt en noodig om! de bewijsvoering voor het stelsel van copernicus te voltooien, maar ook den vooruitgang van de wiskundige en sterrekundige wetenschappen in het algemeen tegengehouden hebben. Dit zoude de vrucht zijn van de vijandelijke gezindheid der Romteinsche Congregaties en der godgeleerden tegenover de wetenschap.

Men kan hier de volgende vragen stellen:

ie. Was het de wil, het doel, het streven van de Romeinsche Congregaties, van het Heilig Officie, van den Index, van Paus Paulus V en Urbanus VIII, van de godgeleerden, hun raadslieden, om de wetenschap, hetzij in het algemeen, hetzij de astronomische wetenschap en de kennis en ontwikkeling van het Copernikaansche stelsel te beletten? Waren zij daartegen vijandig gezind, afgezien van de zaak van galilei?

2e. Hebben zij feitelijk den vooruitgang der wetenschap belet, metterdaad uit vijandige gezindheid daartegen maatregelen genomen, middelen in het werk gesteld?

De tegenstanders, welke de Kerk zoo boud beschuldigen, kunnen hiervoor geen enkel bewijs aanhalen. Toch rust de last om te bewijzen op hen, niet op de Kerk. Voorop staat, lüenzij het tegendeel aangetoond worde, dat de Kerk even goed als ieder ander voor de ontwikkeling en den bloei der wetenschap is, ten minste niet er tegen.

De Kerk zou stelselmatig tegen den vooruitgang der wetenschappen en kunsten gezind zijn! Het is een sprookje, dat wij niet behoeven te weerleggen. De gansche geschiedenis ligt er

(!) A. van Roeit, De Veroordeeling van Galileo Galilei en de Onfeilbaarheid der Kerk. p. 30—34,

Sluiten