Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordigers van de wetenschap, die voor de begane dwaling verantwoordelijk zijn. Het is in naam der wetenschap — van een valsche wetenschap, goed, het zij zoo, maar van een wetenschap, welke als ontegenzeggelijk waar werd beschouwd — dat de volgelingen van Aristoteles en van Ptolomeus de veroordeeling van de Copernicaansche theoriën eischten De rechters van 1616 en 1638 zagen hierin niet het minste gevaar. Zij verwierpen de stellingen van Galilei zoowel omdat zij wetenschappelijk valsch als dogmatisch valsch waren. (*■); ,1/ en hun. wetenschappelijke overtuiging had ongetwijfeld invloed 17 op hun dogmatische overtuiging. Zoo zij niet overtuigd waren • geweest, dat het stelsel van aristoteles en van ptolomeus de ware wetenschap weergaf, zouden zij in hun vonnis meer voorbehoud getoond hebben, wellicht hadden zij het zelfs niet durven vellen. Hun voornaam ongelijk is dus niet, dat zij de wetenschap niet geloofd hebben, maar dat zij integendeel daaraan een te groot vertrouwen hebben geschonken. Men moge hun » verwijten, dat zij de Katholieke leer op een wetenschappelijk / stelsel gegrond hebben, het zij zool Maar het zou bovenmate onrechtvaardig zijn te beweren, dat zij daardoor den vooruitgang van de wetenschappen zouden hebben willen tegenhouden," (2)

De Kerk had dus redelijk niet anders kunnen oordeelen, al had zij het gewild. Had zij anders geoordeeld, juist dan zoude zij tegen de wetenschap in gehandeld hebben.

De veroordeeling van galilei was een maatregel van tucht en voorzichtigheid, niet een aanval op de wetenschap. De Kerk handelde aldus om een hooger goed, het geloof in de Heilige Schrift, te vrijwaren en in bescherming te nemen. Het mindere, de wetenschap, moest daarvoor, een wijle wijken, niet omdat de Kerk dit mindere, de wetenschap, wilde fnuiken, maar omdat zij het hoogere, het geloof en de H. Schrift, waarmede de stellingen van Galilei in strijd schenen te zijn, wilde redden. Wie voorzichtig handelt en op goede gronden, hem kan, al vergist hij zich, deze vergissing niet te laste gelegd worden. Niet anders deden de Romeinsche Congregaties. Zij wilden waken voor een rechtzinnige uitlegging der H. Schrift, die toch al door de richting en de beginselen van de Hervorming groot gevaar liep van verminkt te worden.

(1) Von Geblèr, Die Aden des Galiteischtn Processes, 1877, p. 47.

(2) E. Vacandart, Etude de critique et d'histoire religieuses, p. 377; La Condemnation de Gaiilte.

Sluiten