Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,Ten tijde van Galiiei had de oVereer^ernrair^^met de ondervinding nog niet een voldoende hoogte verkregen om logisch een keuze tusschen de twee theoriën van PtolojïEUS en van Copernicus te kunnen doen.#iHet is mogelijk, dat de heldere inzichten, welke zijn genie aan Galilei verschaften, hem zijm persoonlijke keuze konden opdringen. Voor de geesten in. het algemeen beitelden de redenen van het gezond verstand hun waarde en zij helden in de weegschaal naar de zijde van ptolomeus over. Nog schier honderd jaren zullen zij naar dezen kant overhellen; vervolgens zullen er dagen komen, dagen verschillend voor allen, ook onderbroken dagen, wanneer de bewijzen zich aan den kant van Copernicus zullen ophoopen en de balans naar hem zullen doen overslaan. Van dien dag af zich niet over te geven zou gebrek aan oordeel zijn. Het eenige verwijt, dat men aan de Kerk zou kunnen doen, is, dat zij te lang gedraald heeft om zich over te geven; maar dti verwrjj: houdt geen steek en zeer vele academies van wetenschappen hebben wel verbazender talmingen op hun kerfstok.

Wij merken hier ten tweede op, dat degenen, die aap de Kerk verwijten de ontwikkeling van de wetenschap te hebben tegengehouden door het stelsel van Copernicus te veroordeeleo, over dit stelsel spreken, alsof het ten tijde vau Galilei reeds met alle stukken was bewezen en tot dien trap van volmaking was gekomen, welken wij thans bewonderen.. Zij, die aldus redeneeren, toonen, dat zij al zeer weinig op de hoogte zijn van de geschiedenis der natuurkunde en over den loop üer ontwikkeling van de theoriën. Historisch gesproken zou het een grove dwaling zijn te gelooven, dat de geleerde, die een keus tusschen twee theoriën moet doen, ze voor zich Ziet onder een conc reten en juist afgemeten vorm en beurtelings hun eischen stellende om over zijn geest te heerschen. Zoo de thecrie, waarvan kwestie is, dat zij opgegeven zal worden, zich in den loop van den tijd tot een bepaalde persoonlijkheid ontwikkeld heeft, zoo men juist omschreven haar balans van voordeden en nadeelen van opmaken, dan geldt dit niet evenzeer voor de nieuw opkomende, waarvan alleen de groote lijnen zijn uitgestippeld en waarvan men slechts onduidelijk vermoedt, wac zij zal brengen. Praktisch kan er slechts tusschen twee theoriën, die tot hun volledige ontwikkeling gekomen zijn, een juist afgewogen verschil bestaan; in de werkelijkheid spruit een theorie uit een andere of uit verscheiden andere voort, zij komt daaruit voort door een langzame en trapsgewijze hervorming, door een lange en moeilijke ontwikkeling. Iedere theorie ontleent aan diegene, welke aan haar zijn voorafgegaan, haar bouwstoffen en van deze zelfde bouwstoffen gaat zij, nadat zij onderzocht en bewerkt zijn, een gebouw naar een verschillend plan optrekken. Het plan zelf van dit gebouw is niet voor alle onderdeden geteekend door een vrije en scheppende beslissing; het zal in den loop van den bouw gewijzigd warden ten koste van zeer vele proefnemingen en gedeeltelijke omwerkingen. Voor de samenstelling van de huidige theorie over het

Sluiten