Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mand om die overeenstemming tot een feit te maken." (x)

Met deze zeer juiste beschouwingen stemmen de volgende wonderbaar overeen:

„Wat aan het doornenrijke vraagstuk onder wetenschappelijk opzicht alle draagkracht ontneemt, is het feit, dat Galilei zijn beweringen niet bewijzen kon. Al de eigenlijk doorslaande bewijsvoeringen voor het absolute van het systeem van Copernicus zijn of wel van latere dagteekening of in ajle geval door Galilei niet in zijn Dialoog aangevoerd, Noch de lichtaberratie, noch de algemeene gravitatie, noch de jaarL'rjksche paral ex van de sterren, noch de constante rotatieassétf 00?'planeten waren ten tijde van Galilei bekend. De vernuftige slingerproeven van Foucault waren nog niet gedaan, de theorie van SCHIAparelli over de verschietende sterren was nog niet samengesteld; toen wist en vermoedde men nog* niets van een verschuiving der spectraallinies, van een verandering der zwaartekracht, en hoe verder al de redenen mogen heeten, welke aan het Copernicaansche systeem in den loop der tijden een overwinnende evidentie verschaften. Wel had kepler zijn Wetten geformuleerd; maar van dit alles weet Galilei ons niets te vertellen. Wie de betoogen van Galilei onbevooroordeeld en me: aandacht doorleest, moet tot zich zeiven zeggen, dat noch zijti' Terklaring van de planetenbewegingen, noch , die van de zonnevlekkenbanen, noch ook zijn theorie over de getijen voor een strenge critiek steek houden; en toch kan men zijn gezamenlijke bewijzen tot deze drie hoofdpunten terugbrengen. Hoe ver Galilei hun draagwijdte overschatte, kan men overal, ook daar, waar hij het niet ronduit zegt, tusschen de regels door lezen. Opmerkelijk is onder dit opzicht, dat hij inzonderheid het gierde bewijs, uit de getijen gevormd, het meest mislukte van alle ,zoo doeltreffend vond, dat- hij aanvankelijk aan den geheelen dialoog den titel wilde geven: „Tweegesprek over ebbe en vloed." En toch kunnen zelfs bewonderaars van Galilei, zooals de Franschman Joseph Bertr\ND niet nalaten hun levendig leedwezen uit te drukken, dat hij daaraan een plaats „in een van zijn uitstekendste geschriften" heeft toegekend .. In plaats van te luisteren naar de goede raadgevingen van den hem goedgezinden Kepler en in plaats van de grootsche, reeds twintig jaren voor het verschijnen van den Dialogo gepubliceerde ontdekkingen, de zoogenaamde wetten, van Kepler, tot degelijken grondslag van de gezochte bewijzen te benutten, ignoreert hij ze volkomen. Van Kepler zelf weet hij ons in den langen Dialoog aan het slot slechts eenige beuzelarijen mede te deelen. Liever wilde hij tot de veroudende kringbanen der planeten terugkeeren dan diens ware, met reuzengeduld bewezen ellipsen aannemen; liever een onmogelijke ge-

(1) d'Alès, Dictionnaire A^ologértque de la Foi: Pierre de Vregille, Gaiuée, VII, p. 191-192.

Sluiten