Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cum ferris, zoodra zijn gezondheidstoestand het toeliet. Men kan zulk een maatregel hard vinden, maar Galilei had er aan leiding toe gegeven. Rome volgde bovendien de gewone rechtspleging, welke men bij de rechtbanken toepaste: iedere beklaagde, die weigerde vrijwillig te verschijoÉn, werd daartoe üjtfstrafferijk gedwongen.

De bedreiging werd echter niet uitgevoerd. Den 20 Januari 1633 besloot Galilei zich naar Rome op weg te begeven. Een draagstoel van den Groot-hertog van Toskane was zijh voertuig. In Wakenden welstand kwam hij den 13 Februari te Rome aan. Evenals alle beschuldigden, zelfs bisschoppen en prelaten, kon hij verwachten in een der cellen van het Heilig Officie opgesloten te worden. Door een hoffelijke uitzondering, welke men ten zijnen gunste maakte, werd hem de prachtige villa Medicis, het paleis van den gezant NlCCOLlNl van den Groothertog van Toskane, tot verblijf aangewezen. (x) Hier overbracht hij den lang sten tijd van zijn verblijf, werd zooveel mogelijk ontzien, met voorkomendheden overladen, genoot niet alleen herberging en disch, maar ook vriendschappelijken omgang met een hem bevriende familie. „In een eigenlijke gevangenis vertoefde Galilei gedurende zijn gansche leven zelfs niet een enkel uur". (2) Om onderbrekingen in de procedure te voorkomen deed men hem later verhuizen naar de woning van den fiscaal der Inquisitie in de Minerva, waar hij drie schoone vertrekken tot zijn beschikking had. Hier woonde hij tusschen 22 April en 23 Juni 22 dagen met zijn bediende. 3) Zooals hij zelf getuigt, zorgden de Gezant en diens echtgenoote, dat hem niets ontbrak. (*) Hij had ook den kloostertuin ter zijner beschikking. „Ik bewoon", schreef Galilei den 16 April, „drie kamers, welke tot de woning van den fiscaal der Inquisitie behooren, en ik kan mij vrij in vele vertrekken bewegen. Met mjjfoe gezondheid gaat het goed en de heer Gezant

(!) Von Geblèr, Die Acten, etc. p. 73. — Le Opere dl Oaliïei. IX, 440.

(2) F. H. Reusch, Der Prozess Galilei's md die Jesuiten, V 333-

(3) Le Opere, IX, 437. *() Le Opere, VII, 29.

Sluiten