Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zijn gemalin zorgen met groote liefde om mij alle gemakken te verschaffen". (*)

Louis Veuillot schrijft over de „gevangenis en de pijniging" van Galilei:

„Ik heb het „kerkerhol" van Galilei gezien. Ik zou er wel willen wonen .... Ik kan er niet toe besluiten om dezen martelaar van de „wreede" Inquisitie, door de wreede kardinalen gefolterd, te beklagen. Inderdaad, wij zijn begiftigd met schrijvers en schilders, ellendige domoors of ellendige schurken. Zij zullen nooit ophouden ons Galilei voor te stellen beladen met ketenen, „op het vochtige stroo der kerkerholen," een imatetaathische figuur, teekenend en zeggend: „E piur si muove." (a)

De Romeinsche villa, waarop Galilei na zijn veroordeeling door welwillende beschikking van URBANUS VIII, 24 Juni 1633, zijn intrek had mogen nemen, zou voor hem slechts een kortstondig verblijf wezen. Spoedig bood hij den Paus een verzoekschrift aan om naar Florence te mogen verhuizen; zijn vrienden spraken ook voor hem. De Paus, hoewel niet ongenegen om deze bede toetestaan, meende echter, dat zulk een spoedige verlichting van straf schadelijk zou kunnen werken voor hen, aan wie Galilei door zijn verkeerd gedrag ergernis gegeven had. Bij besluit van 30 Juni 1633 vergunde hij hem evenwel om voorloopig zijn intrek te mogen nemen in het paleis van den Aartsbisschop OOSCANIO PiCCOLlMINl te Siena onder voorwaarde, dat hij zich naar diens beschikkingen gedroeg en zich niet zonder toestemming van het H. Officie buiten de stad begaf. (3)

Piccolimini, een vriend en leerling van Galilei, ontving hem met buitengewone voorkomendheid en behandelde hem steeds met de uiterste onderscheiding. galilei zette zijn studiën weder voort. iU'1'

Maar hij reikhalsde naar de boorden van den Arno. Door bemiddeling van den Groothertog van Toscane, welke hij had ingeroepen, verkreeg hij den 1 December 1633 van den Paus

(1) Ibid.

(2) L. Veuillot, Parfum de Rome, II, 347, — Brockhauss, CötTVersaticns%exicon, VII, 361. — Meyer, Conversatiof^exicon, CVII, 268—270. — Vivat, GeiUustreerde Encyclopedie, IV, 2979.

(3) Le Opere, IX, 449, — Von Geblèr, ,1. c. [414. — Proces,

453.

Sluiten