Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedragen aan dén graaf de Noailles, uit te geven. Met zijn vrienden de Paters Castelli, Buonamici Viviani, Toricelli en anderen bleef hij de mathematische vraagstukken beoefenen. Wetenschappelijke onderzoekingen, welke Galilei wegens zijn blindheid zelf niet kon opteekenen en uitgeven, deelde hij aan castelli mede, welke ze op het einde van 1639 publiceerde in zijn Lettera colla dimonstrazione d'un principio de rrtoti locali.

Een koorts sloopte de laatste levenskrachten van galilei. Christelijk gestemd, stierf hij den 8 Januari 1642, nadat hij op zijn sterfbed den zegen van den Paus ontvangen had.. Zijn lichaam werd bijgezet in een kapel, belendend de basiliek van Santa Croce. In 1734 werd het met vergunning van den Paus in de kerk zelf overgebracht. Op het gedenkteeken, boven zijn graf door de Florentijnen opgericht, leest men dit inschrift:

GALILEUS GALILEIS. Geometriae Astronomiae Philosophiae

Maximus Restitutor Nulli Aetatis suae oomparandus. (!)

„Kerker, folteringen en hoon, alles een verzinsel. Het zijn lievelingsfabeltjes van geschiedschrijvers van minder allooi, me', wie wij hier niet handgemeen kunnen worden noch willen Laten zij bij Mijnheer von Geblèr hun oordeel vragen. Zelfs Geblèr meent te ver te gaan, wanneer hij soortgelijke „meestal booswillig door hartstochtelijken partij-ijver veroorzaakte fabels anders dan met spot zoude afwijzen. De studie van het proces bewijst zonneklaar, en ik zou het in denzelfden vorm hebben uitgesproken, ook als Geblèr mij het woord niet uit den mond had genomen. „Met ostentatie tracht de Romeinsche Curie een groote toegeeflijkheid en schooning aan den dag te leggen." Men schonk den aangeklaagde, wat zijn stoffelijken toestand betreft, louter, in de geschiedenis der Inquisitie geheel en al ongehoorde begunstigingen. Er heerschte slechts die hoffelijkheid of liever die christelijke menschen-vriendelijkheid, welke de onpartijdige zoo vaak in de geschiedenis der Romeinsche Kerkelijke rechtbanken ontmoet. (a)

In her vierde en laatste verhoor, 21 Juni 1633, werd Galilei, beweert men, op de pijnbank gefolterd.

(!) Von Geblèr, 1. c. 184. — Proces, 561. — E. Vacandard, 1. c. 336—339. — De Katholiek, LIV, 82—85.

(2) J. Burg, Protestantische Oeschichtslügen, I, 413 — H. Grisar, Galüeistudien, jj—78.

Sluiten