Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gestéld ? Zou 'de Paus, wanneer Galilei aldus hervallen was, zoo spoedig zijn straf Verzacht hebben? Zouden de rechters van galilei zulk een drieste uittarting niet vermeld hebben? (*)

„Het is voldoende een blik te werpen op de Acten van het proces om zich te vergewissen van de onwaarschijnlijkheid van dien uitroep op zulk een oógenblik. Gedurende vele weken had Galilei standvastig volgehouden, dat hij niet aan de werkelijkheid der beweging van de aarde geloofde; bij kon niet ,in tegenwoordigheid van zijn rechters, zich zei ven tegenspreken en op zulk een wijze meineed plegen op gevaar af van nieuwe straffen in te loopen." (2)

„Deze uitroep is hem later in den mond gelegd; voor de 2de helft der 18. eeuw wordt hij nergens vermeld gevonden... De meening, dat Galilei gedurende het proces gepijnigd is geworden, wordt door vele schrijvers eveneens als een verdichtsel van lateren tijd aangemerkt, inzonderheid op grond, dat Galilei noch een zijner tijdgenooten van ondergane foltering gewaagt." (3)

„Het gevleugelde woord: Epur se muove heeft de intoendig gebroken grijsaard daarbij niet gezegd; de nakomehtygschap heeft het hem in den mond gelegd om zijh gevoelens en tevens de zegepraal der wetenschappelijke vorsching daarmede uit te drukken." (4)

Evenmin is de aardigheid Waar, dat Galilei, enkel met een hemd of een arme-zondaarsrok bekleed, de afzwering voorgelezen heeft.

„De afzweringsformuul las Galilei voor, zooals het bij de Inquisitie regel was, geknield. Dat hij toen alleen met het hemd of met een bijzonder boetegewaad zou bekleed zijn geweest, behoort tot de trekken, waarmede de verbeelding van latere schrijvers het droevige tooneel opgesmukt heeft... . Ook het bericht, dat Galilei, nadat hij na de afzwering opgestaan was, op den grond gestampt zou hebben met de woorden: E pur muove (En toch beweegt zij zich), behoort tot den legendenkring, waarmede men Galilei omhuld heeft."J?)

(») Vacandard, l.c. 335—336. — De Katholiek, LIV,

71—72- — Reusch, l.c. 333—334- ±ikykjM,ï u,i

(*; d'Alès, Dict. Apologétique de la Foi Cathouque, vil, (i> Vivat's Geillustreerde Encyclopedie, IV, 2979,. (4' Breekhaus, Cóhve>satibnslexicon, VII, 361. — Schiele,

Die Heligton, etc. II, 1119—1121. (*} Renech, i. c. 333-

Sluiten