Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de overige planeten rondom de zon beweegt, was die "uitspraak nog slechts een hypothese, want, hoewel zij rekenschap gal van de bekende verschijnselen, konden deze toch ook, ofschoon op eene veel omslachtiger wijze langs een anderen weg even goed verklaard worden. Het was aan de latere vorderingen der wetenschap voorbehouden de onweerlegbare bewijzen te leveren, dat de hypothese van Copernicus de eenige mogelijke is, en haar tot eene stellige waarheid te verheffen." (l)

Ziehier de voornaamste wetenschappelijke bezwaren, welke ten tijde van GAlilei tegen het stelsel van Copernicus wer den opgeworpen en welke toen nog niet voldoende konden opgelost worden.

ā€˛Volgens Copernicus had de aarde eene zeer samenge stelde beweging: zij -wentelde zich jaarlijks om de zon en dagelijks om haar eigen as en had bovendien nog een derde beweging, waardoor de vooruitgang der nachteveningen verklaard werd. Deze toestand, welke geheel in strijd was met de waarneming, kon ten tijde van Galilei's veroordeeling ook niet genoegzaam door de wetenschap verklaard worden, omdat men zich geene duidelijke voorstelling kon maken van de uitkomst, welke deze verschillende samenwerkende krachten moesten voortbrengen.

Een andere tegenwerping werd ontleend aan den schijnbaren stilstand der vaste sterren. Waren deze, zooals Copernicus leerde, zeiven onbewegelijk, dan moesten zij zich toch door de jaarlijksche beweging der aarde om de zon in een kleinen kring aan den hemel schijnen te verplaatsen Ofschoon de sterren dit werkelijk doen en daardoor een der krachtigste bewijzen voor de beweging der aarde opleveren, kon echter de toecmalige wetenschap wegens de onvolmaaktheid der telescopen zelfs geen spoor van dit verschijnsel aanwijzen en was zij daarom buiten staat deze moeilijkheid der tegenstanders van Galilei op te lossen. Van meer gewicht nog waren de bezwaren, welke tengevolge van de gebrekkige kennis des dampkrings moesten geopperd worden en geene voldoende oplossing konden . vinden. Men wist namelijk niet, dat de dampkring aan de wetten de zwaartekracht is onderworpen en, evenals de zee, alle bewegingen der aarde moet miedemaken. Zoodra er daarom sprake was van eene beweging der aarde, kon men zich die niet anders denken, dan dat de aarde zich door den dampkring bewoog, evenals een visch door het water zwemt. Deze denkbeeldige stilstand des dampkrings was een onoverkomelijk bezwaar tegen de beweging der aarde. Want wat moest daaruit volgen ? Zoo een kleine kogel, die met kracht door de lucht wordt geslingerd, reeds een zeer goed waarneembaren luchtstroom verwekt, dan moest de ontzettend groote aardbol, die

Geschiedvervttliching, 1888, p. 609-^-610.

Sluiten