Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straffe dV men zich' aan ketterij schuldig maakt, Wanneer men zich niet onderwerpt. Toch kan iemand, die weigert inwendig een uitspraak van de Inquisitie aan te nemen, zich gemakkelijk aan de zware zonde van vermetelheid plichtig maken. Eén geval zou men hier moeten uitzonderen,«wanneer namelijk de ten onrechte veroordeelde stelling of leer van iemand voor hem niet alleen subjectief, maar ook objectief zeker zoude zijn. Uit den aard der zaak is zulk een geval zeer zeldzaam. Om deze reden. Gewoonlijk is men geen geheel vertrouwbaar rechter in zijn eigen geding. De beschuldigde moet dus de bechioogelingen van zijn gekwetste eigenliefde mistrouwen, want zij wordt vaak misleid door het bedriegelijk spiegelbeeld eener zuiver subjectieve zekerheid. Wanneer hij in meening versdmlt met ernstige geleerde mannen zonder persoonlijk eigenbelang, welke geen ander doel hebben dan om den schat der goddelijke waarheden, aan de hoede der Kerk toevertrouwd, ongeschonden te bewaren, dan moet de voorzichtigheid, welke lederen christen, iederen mensch is voorgeschreven, hem doen gelooven, dat hij geen gelijk heeft tegenover mannen van zoo groot gezag, of hem tenminste overhalen zijn oordeel te schorsen. Maar zoo zijn meening werkelijk voor hem absoluut duidelijk en zeker zoude zijn, dan zoude hij mogen doorgaan om die meening inwendig te houden en aan te kleven.

Wij zeggen: inwendig. Immers, een Katholiek is verplicht zich niet alleen inwendig, maar ook uitwendig aan de beslissingen van het Heilig Officie te onderwerpen. En hij is daartoe verplicht niet allee:- in die gevallen, waarin de beslissing van het Heilig Officie een zekere en uitgemaakte zaak is, maar ook in het bovengenoemde geval, wanneer een veroordeelde absoluut ieker van zijn gevoelen zoude zijn en wanneer dus het Heilig Officie ach zoude vergissen Hij is dan tegenover de Romeinsche Congregatie, dat is, het gezag der Kerk, gehouden tot een eerbiedig zwijgen, anders zoude hij zich voor het uitwendige verzetten tegen het bestuur der Kerk en de macht om te leeren, welke zij van Christus ontvangen heeft, tegenwerken.

Kortom, de onderwerping, welke de Kerk vraagt voor de doctrinaire beslissingen der Romeinsche Congregaties is geen onvoorwaardelijke onderwerping zooals degene, welke vpor de

Sluiten