Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marialegenden, doch ik heb gemeend een klein aantal legenden die geen betrekking op Maria hebben doch denzelfden geeft ademen als de Marialegenden, bij deze te mogen onderbrengen.

In alk legenden is Maria de bemelfche koningin, van wie een verblindende glans uitftraalt, en nergens de eenvoudige maagd en moeder, niet zichtbaar van andere vrouwen onderfcheiden, gelijk zij ook in de verbeelding der middeleeuwers leefde. Zij beloont die haar Jieneri\ d.w.z. met betrekking tot Maria: vereeren, beftraftde nalatigen, en is in haar nooit falende barmhartigheid de voorfpraak en middelaarfter der zondaren bij baar goddelijken zoon, die volgens het vierde gebod baar gehoorzaamheid verfchuldigd is.

„Nye en gaf wijn van garnaten ende alle cofteliken dram den dorftigben alfo fuete lavinghe ftjnre herten als ic gbeve den fondaer ontfermherticheit die tot mi comen om troeft. Alle die ghem die belaft fijn, van alle dat ghi op mi begheert tot falicheit uwer fielen,fel ic iu verbidden voor minen lieven fone. Ende alfo eert mi mijn lieve kint dat bi mi niet en weyghert wes ic hem bidde. Vw welker guedertierenbeit mijn lieve foen ghebenedijt moet wefen inder ewicheit. Amen.

Maria, die moeder Gods, Ons Heren Jheju Grifte, die is vol van graden. Ja, alfo vol dat daer niet meer in en mach. Daer om,foe wie datfe roert mitynnighen ghebede ende mit begheerten ende bidt om gracie, fi loept over als een vol vat dat gberoert wort. Alfo gevet fi hoor gracie uut. Ende daerom hevet fi menighen dienre gracie vercreghen." *)

Aan den tekft heb ik zoo weinig mogelijk veranderd. Slechts heb ik met het oog op den tegenwoordigen lezer de

') De Vooys, Middelncderlandfe Marialegenden I, Hz. 2—3.

Sluiten