Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan den mooien, bekenden straatweg, die van de stad naar het Stichtsche dorp voerde, stond haar aardig, klein huisje, dat een harer vroegere leerlingen voor haar had laten bouwen. Het bevatte slechts een paar kamers, maar had aan den achterkant een prachtig vergezicht over de uitgestrekte weiden.

In de gezellige, groote achterkamer ontving zij haar vele bezoeken, en schreef zij haar artikelen over opvoedkunde en haar bekende kinderstudies.

Dat zij een mensch van orde en regelmaat was, bleek wel uit de manier waarop zij elk harer brieven behandelde. Met een potlood schreef zij eenige aanmerkingen op den achterkant van elke enveloppe, dan werden zij gelegd in een doos, waarop stond: „onbeantwoorde brieven."

Na eenigen tijd stond zij op, en keek naar de pendule.

„Kwart voor elf!" — mompelde zij — „hij zal pas over elven hier kunnen zijn." Zij ging weer naar haar schrijftafel, haalde uit een laatje een brief te voorschijn, dien ze met groote aandacht overlas, terwijl een glans van genoegen op haar gelaat kwam.

Zeker is het, dat elk mensch gevoelig is voor waardeering, zoo ook juffrouw Rijnvelt. Zij haalde dien brief uit dat laatje, dat slechts brieven bevatte, die zij niet dadelijk wenschte te verscheuren en nu en dan tot eigen opbeuring en stichting eens overlas. Het was geen lange brief, want ze had hem in een ommezien doorgelezen en weer zorgvuldig weggelegd op dezelfde plaats.

Nadenkend bleef ze nu staan voor het breede raam en tuurde naar den verren gezichteinder. „Uw algemeen bekende

opvoedkundige tact uw verstandig doorzicht de groote

invloed, dien u op jonge menschen hebt " had er in

gestaan. Zulke woorden deden het hart van een mensch goed. Men werkte wel niet om de goedkeuring en achting der menschen, of om algemeene waardeering, maar het gaf

Sluiten