Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch een blij gevoel, als men iets in het leven mocht bereiken.

Juffrouw Rijnvelt keek rond in haar zitkamer: overal zag zij dingen, die haar aan de liefde en vereering van anderen herinnerden.

Bijna elk stuk ameublement of wandversiering sprak haar van de een of ander, voor wie ze iets had mogen zijn.

Al was ze maar een alleenstaande vrouw, „een oude vrijster" zooals sommigen haar misschien spottend zouden noemen, toch had ze iets mogen bereiken. Ze had heel wat moeilijkheden te overwinnen gehad. Als zij alleen maar dacht aan haar /jeugd — een droevige uitdrukking kwam bij deze gedachte in haar oogen, — maar een mensch moest over de omstandigheden de baas blijven, men moest moeilijkheden rustig onder de oogen zien, men moest ze willen overwinnen, men moest willen. „Willen" — zeide zij nog eens op half luiden toon — „willen, en dat ontbreekt den meesten menschen van onzen tijd!"

„Juffrouw ?" een klein, veertienjarig meisje met grappige,

lange rokjes en op en neer wippende, stijfgevlochten vlechtjes aan weerskanten van haar hoofd, keek om de deur, en zacht fluisterend herhaalde ze op geheimzinnigen toon: „juffrouw, der staat een meneer hier voor de deur, hij vraagt, of juffrouw Rijnvelt hier woont."

„Heb je hem buiten laten staan?" viel juffrouw Rijnvelt scherp uit, bijna uit haar opvoedkundige rol vallend. Toen, op zachteren toon: „Liesje, wat doet men met iemand, die de Juffrouw een visite wil maken?"

„In de voorkamer laten," dreunde Liesje gewillig op. En, zich willende verontschuldigen: „Maar hij zei niet, dat hij u een visite wilde maken, hij vroeg alleen maar, of u hier woonde."

„Liesje, laat mijnheer dadelijk in de voorkamer" zeide Juffrouw Rijnvelt, nu haastig een gemakkelljken stoel vlak bij

Sluiten