Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar schrijftafel schuivend, en zich bukkend, om het kaartje, dat Liesje op den grond had laten vallen, op te rapen. Zij nam zich voor Liesje dien komenden middag wat aanschouwelijk onderwijs in beleefdheidsvormen te geven. Stel je voor, dat haar bezoeker zijn kaartje op den grond had zien liggen!

„Mr. G. J. van Meeteren, Notaris" las zij. Zorgvuldig legde zij het op haar schrijftafel neer, toen schoof'zij de tusschendeur open en noodigde vriendelijk haren bezoeker, die stijf, midden in de voorkamer stond, bij haar binnen te komen.

't Was een klein, dik heertje, met een kaal, glimmend hoofd, omlijst door witte, krullende haren, dat zich nu plotseling omkeerde en met een stortvloed van woorden zich voorstelde en juffrouw Rijnvelt een paar maal verzekerde, zoo blij te zijn, dat zij hem wilde ontvangen.

„Want, ziet u, ik heb raad noodig. Kent u het verhaal van den man, den zoon en den ezel? Dat zult u wel; 't staat

geloof ik, in elk schoolboekje Nu, die man ben ik! Niet

dat ik een zoon heb, of een ezel bezit, maar u voelt misschien wel, waar ik heen wil; de een zegt dit en de ander dat. Iedereen keurt af, wat je juist gedaan hebt, 't had net andersom moeten wezen en de goede raad, dien je gisteren ontving, druischt lijnrecht in tegen den goeden raad, dien ze je vandaag toedienen."

Op denzelfden rustigen toon, waarmede juffrouw Rijnvelt zooeven Liesje had toegesproken, verzocht ze het drukke heertje plaats te nemen in den stoel, dien zij voor hem had klaar gezet en vroeg hem, of hij het geen verrukkelijk weer voor den tijd van het jaar vond. Hij beantwoordde haar vraag in het geheel niet, wreef een paar maal met zijn zakdoek over zijn voorhoofd, om te toonen, dat hij het heel warm had, blies zijn roode, bolle wangetjes wat op en vervolgde toen even druk zijne mededeelingen.

„Notaris, ben ik. Nietwaar, dat hebt u wel uit mijn brief

Sluiten