Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren gediend heeft, en haar als een engel verpleegt Er

zijn dagen, dat ze de meisjes niet eens zien wil, of soms niet eens herkent."

Juffrouw Rijnvelt dacht eenige oogenblikken na, toen vroeg ze eensklaps: „Munt een van de meisjes in iets uit, b.v. in pianospel, zang, talen, handwerken, rekenen?"

„Ze zijn in alles goed onderlegd, zij spreken uitstekend vreemde talen, de een speelt viool, de ander piano. Ze hebben nooit eenige reden tot ongerustheid gegeven, wat het leeren betreft, ze hebben cursussen mee gemaakt in huishoudelijk onderwijs en kookkunst. Ik weet waarlijk niet, wat ik ze nog meer zou moeten laten leeren, gymnastiek en teekenonderwijs hebben ze ook gehad. Waar ze in uitmunten, weet ik niet zoo precies, ik zou zoo denken in alles."

Juffrouw Rijnvelt keek hem met spotachtigen blik aan: „Jammer, dat de beide meisjes geen examens hebben gedaan, ze zouden dan in haar eigen onderhoud kunnen voorzien, en niet gedoemd zijn, dat nuttelooze, niets beteekenende leven te leiden, waarvoor zij nu alleen geschikt zijn. Zij tennissen zeker veel, spelen 's morgens golf, gaan 's middags ergens theedrinken, of maken visites en gaan 's avonds uit naar partijen en diners?"

De kleine notaris scheen nog niet dadelijk te begrijpen, waar zij heen wilde. „Neen," zeide hij, „zoo heel veel uitgaan doen ze niet, daar ben ik niet vóór, ze zijn echter zéér bemind, de menschen-zien ze graag, en altijd alles weigeren wil ik ook niet."

Juffrouw Rijnvelt had niet geluisterd, ze was in gedachten verdiept. Opeens viel ze op hartstochtelijken toon uit: „Geloof mij, mijnheer van Meeteren, u hebt beiden, — onwetend natuurlijk en met de beste bedoelingen — onrecht aangedaan. Ik weet er alles van, nu kennen zij van alles wat en niets goed. Ze zullen nu haar leven lang afhankelijk moeten blijven

Sluiten