Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeilijke wereld," zooals het notarisje die noemde, gevreesd. Toch was zij er gekomen, maar zij had altijd geweten tot Wien ze moest gaan om troost en raad, dat was toch nog beter dan een mensch te hebben, die voor je zorgde.

„Als u de meisjes gezien hebt, zoudt u me dan eens willen laten weten, wat uw opinie is en wat u haar en mij zoudt raden? Op geld behoef ik gelukkig niet te zien, ik laat ze wel eenvoudig leven, weet u .... en ik houd ze aan het lijntje, maar alleen, omdat ik weet en gezien heb dat rijkdom de beste karakters bederft en het mooie er in dooddrukt."

De notaris sprak de laatste woorden met ingehouden woede uit. Hij stond nu op, en reikte Juffrouw Rijnvelt de hand. Deze opende de deur, terwijl ze zeide: „Stuur u ze maar, als ze er niet op tegen hebben bij een oude juffrouw te komen thee drinken, ik wil graag eens met ze praten, misschien kan ik u dan beter raad geven, maar u moet er niet te veel verwachtingen van hebben. Vertrouwen laat zich nooit opdringen, voor al niet bij de jeugd van onze dagen." . . .

„Dank ul Dank u!" . . . . De notaris boog zich diep over de hand van Juffrouw Rijnvelt, die hij stevig drukte „Ik zal u nog schrijven en mag dan zeker van u hooren, of dag en uur u schikken en ... . vergeet nooit, dat ik altijd tot wederdienst bereid zal zijn . . . ."

Juffrouw Rijnvelt ging in de voorkamer, en zag, hoe de kleine notaris met drukke dribbelpasjes het erf afliep. Bij het hek nam hij nog eens diep den hoed af, al zag hij niemand dan Liesje, die grinnikend bij de deur stond. Haar zelf kon hij niet zien, want ze stond te ver in de kamer, maar ze keek hem nog lang na. Wat viel het een mensch toch altijd moeilijk, aan een ander zijn vertrouwen te geven! Ze moest hem raad geven, daar kwam hij om vragen, maar wat wist ze van hem af? Hoe kwam hij, die volgens zijn zeggen kip noch kraai bezat, aan die

Sluiten