Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lend was de aanslag en telkens kwam een lange pauze. Soms schenen de vingers een accompagnement te zoeken en hoorde men een zachte, klagende stem iets zingen.

In den tuin liep een slank, blond meisje op en neer. Nu en dan stond ze stil en keek aandachtig naar den grond.

Daar was de plek, waar de tallooze sneeuwklokjes gebloeid hadden, waar nu nog slechts de groene stengeltjes in het gras wuifden. En de vele crocussen, de witte, blauwe en gele, ze waren nu verdord, maar de lange, magere sprieten toonden, waar de bolletjes nog in den grond zaten.

't Was nu de tijd van de witbloemige arabis, van de mooie, helgele primula's en van de teerkleurige, lila viooltjes, die met eigenwijze gezichtjes op hun steeltjes stonden te bengelen. Het meisje boog zich telkens over de bloemen heen, dan kwam er een uitdrukking van kinderlijke verrukking op haar gezicht. Half luid zeide ze s „Wat zijn jullie toch mooi en wat zijn jullie blij, dat de zon zoo heerlijk schijnt, nu keer je allemaal je gezicht naar haar toe, en je laat je maar streelen en kussen door de gouden zonnestralen."

Toen hief ook zij haar blanke gezicht omhoog en keek naar den blauwen hemel en zich heelemaal naar de zon keerend, liet ze zich een poosje, met gesloten oogen, beschijnen.

„Heerlijk!" mompelde ze zacht. Toen, op eens, draaide ze zich snel om, liep naar het huis toe, klapte in de handen, en keek naar het" geopende venster, terwijl ze op luiden toon riep : „Ma Michon! ma Michon !"

Het pianospelen hield op, maar er verscheen niemand voor het raam.

Het meisje klapte nogmaals in de handen en herhaalde denzelfden uitroep. Nu verscheen een vrouw van middelbaren leeftijd voor het

') Een Fransen lievelingsnaampje.

Sluiten