Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soeurette droeg eigenlijk den echt Hollandschen naam van Aleida Jacoba, zooals vele vrouwen uit het geslacht der Toll van Waverens hadden geheeten, maar haar zuster had haar als kind Soeurette gedoopt en nu was ze Soeurette gebleven. Haar moeder had Anne Marie hierin aangemoedigd, want Aieida vond ze een barbaarschen naam, dien ze niet eens goed kon uitspreken, ze legde den klemtoon altijd verkeerd.

Anne Marie, die naar haar Fransche grootmoeder heette, liep nu voort met haar moeder aan den arm, en Soeurette plukte bloemen, toen de oude dienstmaagd kwam zeggen, dat de notaris er was en de meisjes wenschte te spreken.

„Toe", riep Anne Marie tot hare zuster, „blijf jij even bij ma Michon, ik heb Onkeltje wat te vragen. Ik moet een nieuw tennisracket hebben, dat zal ik van hem zien los te krijgen, dan moet je me even met hem alleen laten, ik moet tijd hebben, hem te vertellen, dat ik met mijn oudje niet meer spelen kan, en dan heb ik zijn volle aandacht noodig, hij moet voelen, hoe slap het geworden is."

„Ik mag er zeker niet bij zijn?" riep Soeurette lachende, „omdat je bang bent, dat ik vertellen zal, dat je het nooit netjes in de „press" doet, en dat je eergisteren nog in een gietbui hebt gespeeld."

„Juist gouvernante!" lachte Anne Marie, al weghollende, „als ik mijn zwakheden niet op mijn duimpje kende, kon ik de hoop op een nieuw racket wel laten varen. Als ik niet zoo'n krenterige, oude juffrouw tot zuster had, zouden mijn buitensporigheden niemand in 't oog vallen."

De twee zusters waren bijzonder aan elkander gehecht. Ofschoon ze in leeftijd verschilden en hare karakters in niets op elkander geleken, bestond er toch tusschen haar een diepe, warme vriendschap. Het was daarom misschien, dat ze nooit treurden over de ziekte van hare moeder, of zich indachten dat het

Sluiten