Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voelen, altijd in een Zondagsche stemming, altijd gewapend met den goedkeurenden blik, waarmee hij genoodzaakt is Soeurette's

voortreffelijkheden te zegenen. Wat zal je je vervelen."

De notaris keek met een onrustigen blik in de oogen van de een naar de ander. Sinds het bezoek bij Juffrouw Rijnvelt had hij dikwijls zwaar gezucht. Zou het waar zijn, dat hij, met de beste bedoelingen bezield, aan de meisjes toch niet gegeven had waar ze recht op hadden ? Zou hij ze niet klaar gemaakt hebben voor 't leven ? Maar hij zou het verschrikkelijk hebben gevonden, als zij van die hedendaagsche, nieuwerwetsche vrouwen waren geworden. Hij had een niet te bedwingen afkeer van die bij de hande menschen, die iedereen de les willen lezen, en altijd de teugels in handen willen nemen. Zij kwamen ook wel eens bij hem op 't kantoor, hij wist nooit hoe gauw hij maar van ze af zou komen. Zijn ideaal was, dat een vrouw lieftallig moest zijn en vrouwelijk blijven en een teer hart hebben. Maar zoo was haar moeder ook geweest en die was toch zeker niet toegerust geweest, om de moeilijkheden van 't leven te overwinnen. Doch die had nooit geweten hoe er Een is, Die helpt, en altijd weer helpt en het geluk van een mensch niet van omstandigheden laat afhangen. Hij had er haar wel vaak over gesproken en dan luisterde ze eerbiedig. Maar er over spreken is ook niet genoeg, er moest iets met een mensch gebeuren, juist zooals dat met hem gegaan was. In dien moeilijken tijd in zijn leven, toen hij geen raad wist, en nergens meer lust in had, was Christus gekomen. Hij wist het nog precies, hoe hij op die eenzame badplaats eens uit louter verveling was verdwaald naar het kleine kerkje, daar onder aan de duinen, en hoe die oude predikant gesproken had, .... zóóiets had hij nog nooit gehoord. Later had de dominé nog lang met hem gepraat en hem een klein Bijbeltje medegegeven, waarin op 't eerste blaadje alleen de

Sluiten