Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

datum was geschreven; dat Bijbeltje droeg hij nog altijd bij zich. Maar tusschen zelf iets hebben en er met anderen over spreken was een groot verschil. Hij kon nooit de woorden vinden, die men gebruiken moest om zulke teere onderwerpen te behandelen .... Hij keek nog eens naar de meisjes. Soeurette staarde hem vol verwachting aan en Anne Marie gaf hem een bemoedigend knikje. Toen tikte hij even met zijn gouden potlood op de tafel, alsof hij ook zijn afdwalende gedachten wilde terugroepen en zeide kortaf: „Ter zake."

Hij sprak nu eenigen tijd achter elkaar op zijn eigenaardige, afgebroken wijze, beurtelings de beide zusters aanziende en telkens van houding veranderende: „De dokter heeft mij eenigen tijd geleden gezegd, dat het voor je moeder noodzakelijk is, om buiten te wonen.... hier in de stad leidt zij een treurig leven.... Zij haakt er altijd naar, uit te gaan, en dat kan niet op elk uur van den dag.... Buiten zou zij vrij kunnen rondloopen, zonder opgemerkt te worden, en voor hare gezondheid zou het ook heel wat beter zijn.... ik bezit al sinds eenige jaren een kleine buitenplaats tusschen Loenen en Beekbergen, op de Veluwe. 't Is een mooie streek, je hebt er de prachtigste vergezichten over de uitgestrekte, glooiende heidevelden. Wij hebben er hier in het Sticht geen idéé van hoe mooi het daar is. Het huis lijkt me zeer prettig om te bewonen, het is niet te groot, alle kamers zijn licht behangen en licht geschilderd, iets, waarvan je moeder zooveel houdt, het ligt wel tusschen de boomen, maar overal heb ik mooie uitzichten van uit de ramen laten openhouden.

Hoera voor ons Onkeltje! - viel nu op eens Anne Marie uit" die zich niet langer stil kon houden. „Je bent net, met allen eerbied gesproken, de gelaarsde kat uit het sprookje, en je biedt ons op een presenteerblaadje al de heerlijkheden van den markies van Carabas aan. Nu gaan we buiten wonen, wat heerlijk 1 wat dolletjes 1"

Sluiten