Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine hand — die hand, die juffrouw Rijnvelt ook al opgemerkt had, — geruststellend op haar arm. „Wees maar gerust, kind, het is juist, zooals ik je verzekerd heb. Je kunt zuinig en kalm leven vanhetgeld, datje bezit, alleen geen buitensporigheden!" — en hierbij keek hij Anne Marie quasi streng aan — „maar de menschen zeggen mij, dat jonge meisjes, als zij buiten wonen en niet veel omgang hebben, ontevreden en zenuwziek worden. Bij jullie zou daarvoor geen gevaar zijn, je zoudt 's winters altijd een paar maanden uit logeeren kunnen gaan. Zelfs je tante Versteynen bood aan, je beiden eiken winter eenige weken te hebben. Maar je weet dat ik daar nu niet zoo erg op gesteld ben."

„Notaris V* — riep Anne Marie in eens opspringende en hem de hand drukkende **. „laat mij u nu eens bedanken mogen, voor die heerlijke oplossing, die u gevonden hebt, voor mijn arme nichtjes." Ze legde den klemtoon op enkele woorden, zooals Mevrouw Versteynen gewend was, te spreken.

Beiden, de notaris en Soeurette, konden niet laten in lachen uit te barsten. Anne Marie, hierdoor aangemoedigd, ging voort: „U weet notaris! ik zal mijn plicht aan deze kinderen doen, al is het arme familie van mijn man."

„Als tante je nu toch eens hoorde, zeide Soeurette vermanend, „dan zou ze nooit meer spreken van Anne Marietje, dat lieve kind."

„Het is erg jammer dat Annemietje bij nadere kennismaking zoo tegenvalt, maar kom Soeurette, laten we stil zijn als muizen, Onkeltje heeft een platten grond van het huis in zijn zak en hij brandt van verlangen, ons dien te laten zien en dan gaan we dadelijk praten over gezellige meubels en mooie gordijnen."

Anne Marie keek al sprekende, met een knipoogje haar zuster aan, want het was, zooals zij gezegd had, de notaris haalde een dik papier uit den zak, streek het op tafel glad en

Sluiten