Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze had een stoel genomen en was gaan zitten vlak bij de tafel, waaraan zij zat.

Eerst keek de zieke hem aan met dien starenden blik, die altijd over iemand heen zag, maar toen hij nog eens op zachten toon „Marga" zeide, streek zij een paar maal met de hand over het voorhoofd en keek verschrikt den notaris aan.

Die steml die naam 1 Zoo noemden ze haar thuis,

lang geleden. Uit den zwarten nevel kwamen beelden opdoemen.

Marga!.... zoo noemden haar alleen de menschen die haar gekend hadden, toen ze jong en gezond was, toen ze nog niet die drukkende pijn had in het hoofd, toen ze nooit droevig was, maar altijd lachen en zingen moest. Toen woonde ze ook in haar mooie, zonnige vaderland, waar de zon altijd scheen en de hemel bijna altijd blauw was.

Marga! zoo noemde haar ook de kleine, blauwoogige

Hollandsche jongen met de roode wangen, die elke vacantie zijn zieke moeder mocht komen opzoeken. Ze woonden in het huis, dat naast het hunne lag, in het mooie kleine dorp, vlak bij de zee.

„De kleine Hollander" noemden ze hem in het dorp. Hij had dien naam altijd gehouden, want hard groeien deed hij niet. Zij was hem dan ook heel spoedig over 't hoofd gegroeid, zelfs toen hij al student was en zij nog maar een aankomend meisje.

't Was altijd een teer punt bij hem geweest, dat hij zoo kort en zoo dik was, zij sprak er dan ook nooit over, want je vrienden doe je geen pijn en een echt vriend was hij steeds geweest. Ze waren altijd samen, want hij had niemand, om mee om te gaan dan zijne moeder en die was ziek.... Wat hij nu hier deed ? Hij was het immers, die haar Marga noemde, zooals alleen maar de menschen vroeger thuis deden ?.... Nu was ze niet meer thuis.... nu was de

Sluiten