Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat hemzelf betrof, hij had deze dingen al lang overgegeven, het had wel heel lang geduurd, maar zoodra een mensch weet, dat er Een is, Die zijn lot bestuurt, krijgt hij ook de' kracht, eenswillend te zijn.

De bitterheid was verdwenen. Hij had nu slechts dat zelfverloochenende, ridderlijke gevoel in zijn hart, dat altijd dringt lot geven en nooit iets voor zichzelven opeischt. Hij had haar nog wel lief, maar zoo geheel anders dan vroeger, hij wist, dat hij nu slechts helpen kon, en dat hij helpen mocht, dat maakte nu zijn geluk uit.

Hij nam hare kleine handen nu ook niet in de zijne, en schoof slechts wat achteruit: „Marga" zeide hij, „ik kom je iets heel prettigs vertellen. Je gaat buiten wonen, waar het heel mooi en heel stil is en waar je altijd zult kunnen uitgaan, zooveel je wilt. Nietwaar? dan ga je je best doen,

heel gelukkig te zijn en niet meer te peinzen en te tobben over allerlei dingen, die al lang voorbij zijn. Het verleden behoort den mensch niet meer toe, maar wel het heden en de toekomst, je hebt je beide dochters om voor te leven, die hebben je juist nu zoo noodig."

De wezenlooze uitdrukking was echter weer in de oogen van de arme krankzinnige gekomen. Zij staarde weer naar buiten en neuriede zacht voor zich heen een Fransch wiegeJiedeke, dat ze altijd gezongen had toen haar kinderen nog klein waren, en dat de notaris woord voor woord van buiten kende, zoo dikwijls had hij het gehoord.

„En attendant sur mes genoux ') Ange aux yeux bleus, endormez-vous."

Ze had gezongen en gewacht. Gewacht op hem, dien ze

') Vert.: Al wachtend op mijn schoot

Engeltje met de blauwe oogen, slaap gerust.

Sluiten