Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen buigend, zegt ze heel zacht: „Hebt u weer zoo'n pijn gehad, heeft het middeltje van den dokter dan heelemaal met geholpen?" En als hij aan 't vertellen gaat, al maar door aan 't vertellen over zijn slechte nachten, over zijn pijnen en zijn geringen eetlust, luistert ze heel belangstellend. Ze weet het wel, het beste dat ze voor den zieke kan doen, is, hem eens het' hart te laten luchten over alles wat hij doormaakt. De zuster die hem verpleegt, weet er al lang alles van, die heeft het al zoovele malen gehoord, dat ze geen belangstelling meer kan veinzen. En dan knikt ze hem nu en dan eens vriendelijk toe of ze zegt dat het ook wel heel erg is en dat zij er verbaasd van staat, dat hij het alles nog zoo goed verdragen kan en dat hij nu eens moet bedenken waar hij dan wel lust in 'heeft. Ze weet zeker dat ze wel iets lekkers voor hem zal kunnen klaar maken, maar dan moet hij ook eerlijk beloven, zijn best te doen om het op te eten.

Als ze weggaat, kijkt hij al iets minder knorrig, zelfs roept hij haar na: „En wanneer komt u terug? Weet u wel, dat u er in geen drie dagen bent geweest?"

Ze wuift hem met de hand, als ze al weer op de fiets zit, en roept vroolijk: „Morgen, morgen, met iets lekkers.... en de zieke trekt zijn pijnlijke beenen wat op, de mismoedige blik is uit zijn oogen verdwenen; 't is waar ook, de zon schijnt en op het weer is, als men er goed over denkt, niets aan te merken, 't is lekker buiten zitten, al is het nog vroeg in den tijd.

Het meisje is verder gefietst, om straks bij een klein huisje weer af te stappen, even door een der open vensters naar binnen te kijken en op het bed, dat vlak voor het raam staat, den tweeden bos brem neer te leggen. Een bleek, mager meisje, even jong als zij, ligt in het bed, met holle groote oogen, die glinsteren van blijdschap, als de welbekende schaduw over haar bed valt. „Eventjes maar je die bloemen brengen," - klinkt het van

Sluiten