Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijls de arme, geduldige zuster vermaand wordt, u tot voorbeeld te nemen."

„Als ik bij hem ben, zegt hij haast nooit iets vriendelijks, hij bromt dan altijd, dat ik zoo lang ben weggebleven en dat ik hem niet wat anders voorlees, dan wat ik juist voor hem had uitgekozen."

„Ja maar!", verzekert de jonge dokter met een glimlach, „vergeet niet, juffrouw Ilse, dat, wat de menschen achter je rug zeggen, het meest hun waarachtige gevoelens openbaart, 't Is voor mij wel onaangenaam dit te beweren, want ik hoorde hem juist gisteren hevig tegen mij uitvallen. Hij zag mij niet en daarom was hij zoo welsprekend en wist allerlei benamingen te bedenken. Ik wilde wel dat er kruid voor zijn kwaal gewassen was, dan liep hij, wat mij betreft al lang op den weg. Nu is het eenige, wat ik doen kan, hem een paar onschuldige drankjes geven, om bij hem den moed er wat in te houden, en als het al te erg wordt, hem pijnstillende middelen toedienen. Ik tracht dikwijls hem te wijzen op de dingen, die een mensch behoudt, ook als zijn gezondheid hem wordt ontnomen, maar dan zegt hij kortaf: „Denk er aan dokter, dat je aesculaap bent en geen dominé."

Een aardig meisje met een Qeldersch mutsje op, komt nu met een papier in de hand naar buiten en zegt, dat de dominé gevraagd heeft, of de juffer vóór de koffie den aangeteekenden brief nog even zou willen halen.

Ilse staat haastig op en wil den dokter haar hand tot afscheid reiken, maar deze zegt op ongedwongen toon: „Ik moet toch ook gaan, ik sta mijn tijd maar te verpraten, ik loop zoover met u op. Deze hut is een gevaarlijke plaats, ik moest er niet zoo dikwijls langs komen, als men er niet altijd een hartelijk woordje en een gezellige ontvangst kreeg, zou ze niet zoo'n onweerstaanbare aantrekkingskracht hebben."

Mevrouw Steenbergen schudt haar grijze hoofd, en zegt,

Sluiten