Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene kostschoolvriendin logeeren, zeker, maar je kon altijd merken, dat Ilse blij was, als ze weer weg was. Het was net, alsof het kind 't vermoeiend vond, zich te geven. Hoe het haar in het huwelijk zou gaan? Iemand als die jonge dokter zou toch dat hartje wel kunnen winnen, ze hadden nu gelegenheid genoeg, elkander te leeren kennen. Mevrouw Steenbergen vouwde, al denkende en peinzende, hare handen: „Het zal zijn, als God het wil," maar een volgend maal wilde zij toch zorgen, dat Ilse wat meer uitkwam en dat hrj zou kunnen merken, welk een goed, vroom hartje het kind had.

Intusschen liep Ilse met dokter Maarten van Hoogsteden door de dorpsstraat. Hij was wel een hoofd grooter dan zij. In de studenten-wereld had hij den bijnaam van Apollo gekregen om zijn bijna zuiver Grieksch profiel. Hij liep druk te praten en te gesticuleeren en vergat, dat zijn onderwerp te lang was, om zoo maar even behandeld te worden tusschen pastorie en post.

Sinds een half jaar was hij gevestigd in deze Geldersche gemeente, en het was hem een blijde openbaring geweest, toen hij kennis had gemaakt met dit sympathieke gezin.

Ds. Steenbergen stil, ietwat in zich zelf gekeerd, maar trouw als goud, iemand met wien je de zwaarste onderwerpen kon beredeneeren en die de meest aandachtige toehoorder was, dien je maar kon wenschen, als je jong, vurig en vol idealen was. De genoeglijke, grijze dominé's vrouw, die iedereen bemoederde, die dadelijk vroeg, of je pensionjuffrouw je wel genoeg te eten gaf en of je niet te laat naar bed ging, die vroom en geduldig was, niettegenstaande zij vaak de hevigste pijnen moest uitstaan, die door al de dorpsbewoners op de handen gedragen werd, omdat er nog nooit „zoo 'n domineesvrouw" was geweest.

En Ilse — die hoorde bij dat paar menschen — altijd goed doende, altijd haar vader helpende, jong en lieflijk als een voorjaarsdroom.

Sluiten