Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hoe ze hunkerden naar den tijd, dat ze in de groote wereld haar intocht zouden mogen doen. Ilse had altijd zwijgend toegeluisterd, zij wist het maar al te goed, dat de meisjes over iets gansch anders spraken, dan wat zij zelf onder liefde verstond. Als zij eens van iemand hield, zou zij er nooit zoo druk en met zoo'n lawaai over spreken. Zij zou er niemand ooit iets van laten merken, maar den dag waarop hij, dien ze liefhad er haar om vragen zou, zou ze de trouw en de liefde van haar leven in zijne handen leggen. Zij had er dikwijls over gedacht, of er wel ooit iemand zou zijn, dien ze liefhebben kon. Hij zou iets van de trouw en van het edele karakter van haar vader moeten hebben, ze moest tegen hem kunnen opzien. Zeker moest hij niet zijn zooals die jonge proponent, die verleden jaar met zijn familie gedurende de zomermaanden op het dorp vertoefde, die sluike haren had en altijd galmend sprak, die pijnlijk pedant was en zoo minachtend over ongeletterde menschen kon spreken, die steeds rekende op een gemeente met een groot tractement. Hij had haar als 't ware achtervolgd met zijne beleefdheden en toen hij haar eens midden in 't bosch de groote eer — naar hij zelf meende — bewees, haar ten huwelijk te vragen, had zij kort af en misschien wat al te onvriendelijk „neen" gezegd. Sinds dien tijd meed zij zorgvuldig die plek in het bosch.

Toen zij echter met dokter van Hoogsteden kennis had gemaakt, was er iets in haar hart gekomen, dat haar innerlijk geheel had veranderd. Eigenlijk was ze wat zwaarmoedig van natuur, ze had maar weinig zelfvertrouwen als ze met vreemden was, en bekommerde zich er zelden over wat de menschen van haar dachten.

Nu was ze blij, als ze thuis op haar kamertje in den spiegel keek, dat zij er knap uitzag en dat haar vlechten dien mooien, goudgelen glans hadden. Nu deed ze haar werk met nog veel meer opgewektheid dan voorheen, nu zone zij wel

Onkeltje 1

Sluiten