Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV. Gerkestein.

GEEN tien minuten van het dorpje verwijderd ligt Gerkestein. Jaren geleden is het gebouwd op een verlaten heideheuvel, waar hier en daar grootere en kleinere denneboompjes groeiden. Nu voert een statige, langzaam opgaande dennenlaan van den grooten weg naar het huis, dat op eene hoogte ligt. Van de bovenverdieping moet men' wel een prachtig vergezicht hebben over de uitgestrekte, heuvelachtige heide. Gerkestein is geen kasteel, ook geen deftig, ouderwétsch buitenhuis, zooals rijke Amsterdammers ze vroeger overal bouwden. Het heeft iets' buitenlandsch, men zou het zich kunnen denken, ergens aan een donkerblauw meer van Italië of Zwitserland. Het heeft een donkerrood dak en zelf is het huis witgepleisterd, waarvan men ook weer niet veel ziet, omdat het aan alle kanten begroeid is met Amerikaanschen, wilden wingerd en „ramblers," roode en witte kamperfoelie en blauwen regen, 't Is nog niet de tijd, voor al die struiken om in bloei te staan, maar als het zoover is lijkt het huis wel een sprookje. Vroeger is het bewoond geweest door een oude juffrouw, die veel verstand van bloemen had, die heeft ook de mooie serre er aan laten bouwen, precies op het Westen en van bijzonder groote afmeting. Daarin hield zij dan ook al hare planten over des winters.

Sluiten