Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ramen beneden zijn alle openslaand en de kamers zijn hoog en ruim. De dorpsbewoners vertellen, dat de vader van die oude juffrouw het huis heeft gebouwd op de woeste heide en dat hij het heele stuk verder ontgonnen heeft, stukje voor beetje. Men zou het nu niet denken, als men de vele rozestruiken ziet, die vlak bij het huis staan en een eind verder de vruchtboomen en den moestuin.

Soeurette en vooral Anne Marie waren dan ook, toen zij het huis voor het eerst zagen, niet spoedig uitgekeken en niet moede geworden hare bewondering onder woorden te brengen.

„Hoe kon je het ons zoo saai vertellen?" had Anne Marie tot" den notaris gezegd. „Waarom heb je ons niet gezegd, dat je het liefste, mooiste oude huis had gekocht, dat er ergens op de wereld te vinden was, staande op een sprookjesplek uit onze kinderverhalen?"

De kleine notaris had vergenoegd al die uitingen van bewondering aangehoord en met een fijn lachje gezegd: „L^ert mij de menschen kennen; als ik er jullie te veel van had verteld, was het je zeker tegengevallen."

„Onmogelijk", vond Anne Marie, toen ze op een hoogte klommen, waar een breede, witte bank stond, vanwaar men den blauwgrijzen horizon in de verte zag opdoemen, „hoe kan zóó iets je tegenvallen? Soeurette, als jij verzen wilt maken of opstellen schrijven, ga je hier zitten om impressies op te doen en als ik levensmoede ben, Onkeltje, beklim ik met zwaren tred dezen heuveltop en dan laat ik me stichten door het mooie landschap. Ik stel voor dat we een levensgroot portret van de juffrouw, die hier vroeger heeft gewoond, in de ontvangkamer laten ophangen. Iemand, met zooveel smaak moet vereeuwigd worden."

De notaris glom van genoegen. „Jammer" — vond hij — „dat je die oude juffrouw niet gekend hebt, zij had zooveel ver-

Sluiten