Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stand van boomen, bloemen en planten, het was een plezier, naar haar te luisteren."

„Je had ons zeker een invitatie bezorgd om bij haar thee te komen drinken," zeide Anne Marie met een knipoogje aan hare zuster, „maar laten we nu eens even er over praten, hoe „ma Michon" het wel zal vinden."

Hoe zij het vond? Zij heeft er niemand iets van gezegd, maar op elk oogenblik van den dag kon men haar het huis zierf uitgaan en dwalen door de sparrenlanen, 't Liefst zat ze op de witte bank op het heuveltje. De notaris had gezegd, dat ze haar nu maar volkomen vrij moesten laten, om te wandelen naar eigen goeddunken; de arbeiders en de tuinman zouden allen wel wat opletten dat zij niet buiten het hek kwam.

Maar zij ging niet heel ver, want het huis met de lichte behangen en haar kamer met de witte meubelen gaf haar een gevoel van groote rust. 't Liefst liep zij zonder hoed met snellen pas en met den haar eigen schichtigen blik. Ze konden het niet gelooven, de arbeiders van de plaats, dat zij de moeder was, ze leek zelf nog bijna een meisje.

De oude huisbewaarder, nu tot huisknecht bevorderd, die zijn welgevulde gestalte in een rood en wit gestreept huisjasje geperst had, trachtte steeds haar als de vrouw des huizes de eere te geven. Dan kwam hij tot haar met allerlei vragen, die zij óf niet, óf met een onsamenhangend verhaal beantwoordde, 't geen hem steeds een berisping van de trouwe Santje op den hals haalde en hem dan brommig deed zeggen: „En ik heb altijd geleerd dat je eere moet geven wien eere toekomt."

Nu was het vroeg in den middag en Steven poetste het zilver. De notaris zou dien middag komen eten en: „het oog van den meester maakt de paarden vet," meende Steven, die altijd in spreekwoorden dacht en sprak.

't Beviel hem best, dat het oude Gerkestein nu weer bewoond was, je hart werd weer jong als je de jeugd om je

Sluiten