Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen zag, vooral als je zelf geen kinders had, en voorStefke, de vrouw, was het ook goed weer wat te doen te hebben. Nu was er geen tijd voor booze humeuren of ingebeelde kwalen. Ze had dadelijk een groote liefde voor Mevrouw en de freules opgevat en beijverde zich, haar zoo goed mogelijk te bedienen. Nu, hij mocht ze ook wel lijden, wat waren ze vroolijk, hoort ze nu toch eens lachen, je zou er zelf van gaan mee doen. Een breede glimlach plooide zich om zijne dikke lippen.

In de groote achterkamer stonden Soeurette en Anne Marie. De laatste had dien morgen in een paar oude kisten, die bij de verhuizing uit een verborgen hoek waren gekomen, zijden japonnen van haar overgrootmoeder gevonden. Alles was compleet, tot de mooie, grijze krullen toe, die je maar zoo op je haar kon vaststeken en aan beide kanten uit het mutsje kon laten komen. Nu hadden ze zich na het koffiedrinken verkleed, straks zou „Onkeltje" komen en dan zouden ze eens zien hoe hij keek, hij zou misschien niet eens weten wie hij voor zich had.

Soeurette was haast in 't geheel niet meer te herkennen, zij had een wijd uitstaande japon van lichtroode kleur aan, met een mooien, bewerkten, tullen doek over de schouders, en de grijze krullen die uit de breede kanten muts te voorschijn kwamen, staken vreemd af tegen het blanke voorhoofd.

„Ik moest jè eigenlijk met zwart krijt wat bijwerken," vond Anne Marie. „Je moest een paar flinke rimpels op je voorhoofd hebben en de bekende rimpeltjes naast je oogen, die geven juist aan oude menschen die goedige uitdrukking, en hier bij je mond moet een dikke streep loopen, die naar beneden gaat."

Anne Marie zelf had een lichtblauw zijden japon aan, met klejne opnaaiseltjes en met een puntig keurslijfje. Haar muts was met valsche pareltjes bewerkt en van dunne, witte chiffon gemaakt. Er stak ook nog een verfomfaaid oranjebloesempje

Sluiten