Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Santje vindt, dat ze veel rustiger is dan in de stad. Zij kan nu altijd uitgaan, zonder dat men haar moet tegenhouden."

„Bent u niet bang, dat mevrouw te ver van huis zal dwalen ?" vroeg de dokter.

Maar beide meisjes verzekerden hem, dat zij niets van vreemde menschen hield, altijd stille plaatsen opzocht en zeker den grooten straatweg zou vermijden.

En weer ergerde hij zich over den opgewekten toon, waarop zij hem de ziekte-symptomen mededeelden; — alsof het maar zoo heel gewoon was, dat je moeder ziek was en je haar eigenlijk in 't leven in 't geheel niet noodig had.

Hij vermoedde natuurlijk niet, dat zij beiden niet wisten, wat ze misten.

Wonderlijk, dat een paar weken daarna in eens dat knagende verlangen naar een moeder in Soeurette's hart kwam.

Het was plotseling haar ziel binnengeslopen, dat gevoel, dat ze iets heerlijks miste, dat een ander wel bezat. Als Onkeltje ééns in de week overkwam, kon je hem van alles vragen, maar toch ook weer een heeleboel dingen niet.

Zij hadden een visite teruggemaakt bij mevrouw Steenbergen. De dominé en Ilse hadden haar bezocht en dat bezoek was afgeloopen, zooals het met alle eerste beleefdheidsvisites gaat. Over en weer had men druk gepraat over alle dingen, die het hart niet raken, want men kent elkaar niet, en daarom praat men over algemeenheden.

Anne Marie had direct uitgemaakt, dat Ilse alle jonkvrouwelijke deugden in zich vereenigde. „Zelfs dat blosje," zeide zij, „wat staat haar dat aardig. Ik ben van plan, mij

onder haar goeden invloed te stellen Wat zal Onkeltje

dankbaar zijn, als hij in plaats van zijn brutaal, levenslustig nichtje een allerbeminiijkst, zich opofferend goede-werkendoend meisje terugvindt!"

Sluiten