Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soeurette antwoordde niet; zij draaide haar hoofd naar den wand en snikte nog steeds. Zij zou misschien in 't geheel niet hebben kunnen uitleggen „waarom." Zoo nu en dan komt het over een mensch, die niet te beschrijven weemoed, die de ziel vervult, en haar zoo nameloos bedroefd kan maken.

Zij had tot nu toe geen verdriet gekend, behalve kinderteleurjtellingen, die even snel vergeten zijn, als zij komen. Het was pas hier buiten, waar men meer tijd had om te denken, dat ze nu en dan een zeker verlangen in zich had voelen opkomen. Een verlangen naar iemand, die je begreep, ook al zeide je niet veel, zoo'n moederlijk mensch, zooals die dominé's vrouw met het aardige witte haar, die zoo gemoedelijk kon praten.

Ma Michon was mooi, het deed je hart goed, haaf aan te zien, maar men had niets aan haar; ze zou er zich nooit over bekommeren, al waren hare dochters ook in de grootste moeilijkheden.

Mevrouw Steenbergen had gezegd dat niemand maar zoo voor de aardigheid werd geboren, maar dat God een doel met het leven had. Nu vroeg zij zich telkens af waarvoor zij toch wel geboren zou zijn. Zij was tot niets nut.

De wereld zou er precies hetzelfde om zijn, of zij er was of niet. Anne Marie zou er zeker even om gaan treuren, en Onkeltje zou haar wel missen, maar dat was ook alles. Ze zou zich misschien nuttig moeten maken, zooals Ilse en arme menschen moeten bezoeken en zieken gaan voorlezen en met soep en lekkernijen gaan ronddraven. Maar dat ging toch maar niet zoo op eens, je kon toch maar zoo niet bij een zieke komen aanzetten, dien je in 't geheel niet kende ? De menschen zouden er niet van gediend zijn. Ze kon verzen maken, ook schreef ze wel eens verhaaltjes, — als zij die nu eens probeerde te plaatsen en zoo trachtte, geld te verdienen ? Men kon met geld heel veel goeds doen, zij zou het den

Onkeltje

Sluiten