Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een knap gezicht en een goed figuur, hij stoffeert den omtrek, dat moet ik zeggen, maar verder hoop ik hem niet dikwijls te zien. Als hij moeder komt bezoeken moet jij hem maar ontvangen, jij bent de oudste."

Soeurette verdedigde hem, door te zeggen: „Als je er goed over nadenkt, vallen wij ook verschrikkelijk af bij andere meisjes die hij kent. Denk nu eens aan, welk een verschil er is tusschen ons en Ilse. Zij leeft van goed doen; als zij 's morgens opstaat, heeft zij al een lang werkprogram in elkaar gezet dat ze dan regelmatig afwerkt. En wij, je moet toch erkennen dat wij niet veel anders doen dan voor ons pleizier leven. Ik geloof dat, als elk mensch maar helpt om de narigheden, die hij op eens anders weg ziet uit den weg te ruimen, men al een heeleboel doet."

„Maar voor de meeste menschen kan je niets doen; denk maar aan de arme Michon. Onkeltje strijk ik dikwijls genoeg de plooien uit het voorhoofd en brommige Stefke, die haar engelachtig humeur aan het keukenvuur heeft te danken, zegt, dat zij tien jaar jonger wordt als zij ons hoort lachen en de oude Steven verzekert mij eenige malen per dag, dat hij niet begrijpt dat hij zoovele jaren zonder ons op Geikestein heeft kunnen leven. Dus je ziet, Kokko!" en ze gaf den ezel een flink tikje met een opgeraapt takje, „dat er geen enkele reden bestaat, om niet de grootste gehoorzaamheid voor ons aan den dag te leggen en als je niet wilt.... dan volg ik den raad van den hooghartigen dokter en schaf ik mij een even nijdig karwatsje aan, als dat heerschap zelf heeft."

Kokko nam blijkbaar heelemaal geen notitie van de toespraak. Hij liep nu gedwee, met de ooren omlaag, achter zijn meesteres aan.

„Wat heb je toch het land aan dien dokter!" zeide Soeurette opeens. „Als je eerlijk bent, moet je toch bekennen dat hij altijd onberispelijk beleefd tegen ons is."

Sluiten