Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blonde, maar nu hadden zij beiden gelachen, alsof zij niet meer te bedaren zouden zijn.

Den volgenden Zondag zag hij ze beiden in de kerk zitten, in de hooge, donkere, eikenhouten bank, die bij het huis Gerkestein behoorde.

Nu keken ze heel ernstig, vooral de donkere. De blauwe oogen van de blonde dwaalden nog wel eens door de kerk en namen nauwkeurig alles in zich op, maar niet lang, want als Ds. Steenbergen preekte moest men wel luisteren.

Die preekte ook eigenlijk heelemaal niet, die opende zijn Bijbel en nadat hij er uit voorgelezen had, begon hij te vertellen, half over den preekstoel heenhangend, een ieder van zijne hoorders om de beurt aanziende door zijn groote brilleglazen, die hij nu en dan onder het spreken moest schoonvegen, omdat ze te veel besloegen.

De stille, zwijgzame man, had een bijzondere gave van opmerken. De natuurlijke dingen bracht hij over op de geestelijke. Als hij van den Heiland sprak en van Zijne ontferming voor zondaren, moest hij bijna fluisteren van ontroering, en als hij de menschen noodde, om aan de stem van God gehoor te geven en zich te laten verlossen, leek het wel alsof hij ieder afzonderlijk bij de hand het Koninkrijk der hemelen wilde binnenleiden.

Soeurette had nog nooit zoo hooren preeken. In de stad had ze de beroemdste redenaars gehoord en ze had het mooi gevonden, zooals alle menschen. Maar of Ds. Steenbergen mooi preekte wist ze niet eens, wel, dat hij in haar wakker riep het heimwee naar den Eeuwige, zij wilde graag hem de hand geven en zich laten binnenleiden in het Koninkrijk, en zij gevoelde wel dat er nog heel wat in haar leven veranderen moest. Ze zou hem graag eens van allerlei gevraagd hebben. Misschien, als ze hem beter kende, dat ze dan eens met hem zou durven praten. Anne Marie sprak nooit over de

Sluiten