Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaraan zij den gansehen avond nog geen steek gedaan had.

„Pas op kind!" zeide ze waarschuwend, „'t is nog porselein van je grootmoeder!" toen, Anne Marie aanziende, die op de vensterbank een eind van de groote petroleumlamp af, een brief zat te ontcijferen: „In mijn tijd las men geen brieven in tegenwoordigheid van oudere menschen."

Anne Marie keek verschrikt op en opstaande en naast haar op een laag stoeltje neervallende, zeide zij lachend: „Tante, wat hebt u daar net gezegd? Soeurette kijkt u zoo verbaasd aan, ik maak u mijne excuses dat ik het niet gehoord heb."

„Ik zeide niets anders," herhaalde mevrouw Versteynen, „dan dat ik niet begrijp, dat de notaris jullie hierheen heeft gebracht. Hij is jullie voogd, dus hij moet het weten, maar het zou veel verstandiger geweest zijn, als hij je beiden in de stad had gelaten. Als jullie een goed huwelijk deden, was hij van de zorg voor jullie af."

„Maar tante! Onkeltje heeft ons niet hierheen gebracht. Wij wilden allebei zoo graag buiten wonen, wij houden zooveel van het buitenleven," zeide Soeurette, terwijl ze nu voortging met theeschenken.

„'t Is wel waar," ging zij onverstoorbaar voort, „je kunt beiden om de beurt een maand bij mij logeeren, en ik zal trachten je dan met verschillende menschen in kennis te brengen, maar het is onverstandig van hem, dat hij er niet mee gerekend heeft, dat de kans toch grooter is, als men in de stad woont."

„Vindt u het zoo noodig," vroeg Anne Marie, haar tante schalksch aanziende, „dat wij trouwen? Soeurette en ik hebben elkaar toch, en we kunnen niet zonder elkander leven, waarom zouden wij hier niet rustig blijven ?"

«Omdat de notaris dan niet meer voor jullie zou behoeven te zorgen."

Sluiten