Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe komt het lieve Onkeltje er dan bij, om al die zorgen op zich te nemen?" vroeg ze toen, haar scherp aanziende.

Soeurette had nog niets gezegd, zij zag nog steeds vaal bleek en stond als versteend bij het theeblad.

Mevrouw Versteynen streek heel voorzichtig met haar vingers de rimpels van haar voorhoofd weg, terwijl zij oppaste,, hare beschilderde wenkbrauwen niet te raken.

„Daar zou ik je een heelebpel antwoorden op kunnen geven. Hij zegt, dat hij het aan je vader op zijn sterfbed heeft beloofd* 't Zal ook wel, je vader zou anders niet rustig zijn heengegaan. Maar men kan de dingen overdrijven, zoo iets als dit hier — en zij wees op de kamer om zich heen — had hij niet voor je behoeven in te richten, voor je moeder ook niet, al is zij niet anders gewend dan in weelde te leven."

Dit laatste werd op bitteren toon gezegd. Mevrouw Versteynen had nooit van het kinderlijke Fransche vrouwtje gehouden. Hoe dwaas had haar neef ook gedaan, haar hier naar dit land te halen! Een degelijke Hollandschevrouw,die hem de baas was geweest, had hem vrij wat beter gepast, die zou ook wel verhinderd hebben dat hij zijn mooi vaderlijk erfdeel verspeelde.

Alsof Soeurette hare gedachten raadde, vroeg deze ineens op harden toon: „Hoe komt het, dat vader zijn geld verloor ?' Weet U het?"

Mevrouw Versteynen trok achteloos de schouders op. „De menschen spraken toen over Monte Carlo. Het fijne van de zaak heb ik nooit gehoord; de vreemde notaris was executeur en voogd en zaakgelastigde en weet ik wat meer. De eigen familie werd overal buiten gehouden. Oom heeft het zich indertijd wel aangetrokken, maar wat zal men ?" en zij keek vragend de meisjes aan en vervolgde op schamperen toon: „Aan de wenschen van stervenden tornt men niet graag."

Er heerschte na deze laatste woorden een drukkende stilte

Sluiten