Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iff de kamer. Geen der beide meisjes zeide een woord. Slechts hoorde men heel onduidelijk het klagend gezang der arme krankzinnige.

Soeurette had het gevoel alsof zij een slag op haar hoofd had gehad. Tot nu toe waren zij zoo trotsch geweest op haar vader. De vader, dien zij nooit gekend had en over wien zij weinig had hooren spreken, maar die zoo'n edele uitdrukking -op het gelaat had, te oordeelen naar het geschilderde portret dat schuin achter haar hing, en die de laatste afstammeling was uit het oude geslacht, dat gedoemd was uit te sterven.

De moeder: een arme krankzinnige en de beide dochters: parasieten, van dat soort menschen, die, evenals de planten van dien naam, ten koste van anderen leven. Ja zeker, ten Jcoste, want als zij er niet waren geweest, was Onkeltje vast getrouwd en was hij op zijn ouden dag niet zoo eenzaam geweest. Een mooie familie! Een harde, bittere trek kwam om Soeurette's mond.

Met akelige duidelijkheid herinnerde zij zich eiken keer, dat zij hem om het een en ander hadden gevraagd, om geld, een nieuwe japon, om allerlei onnoodige dingen. Zij werd rood van schaamte bij die gedachte.

Mevrouw Versteynen keek onrustig haar beide nichtjes aan.

„Ik had het jullie misschien niet moeten zeggen" —- zeide zij, Tiaar handwerkje nu in handen nemende, om zich eene houding te geven — „maar ik dacht, dat jullie nu langzamerhand oud genoeg werden — Soeurette is pas meerderjarig geworden — om den waren stand van zaken te vernemen. Ik heb het alleen met de bedoeling gezegd, dat, als er eens gelegenheid voor een van beiden is, om een goed huwelijk te doen, je er dan rekening mee houdt. Natuurlijk reken ik op jullie discretie, dat je er niet met den notaris over spreekt, want hij zou het mij verschrikkelijk kwalijk nemen."

Zij keek bij deze woorden vooral Anne Marie aan, die altijd

Sluiten