Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het hart op de tong had en nu ook niet schroomde te zeggen: „U hadt het maar niet moeten vertellen tante, ten minste aan Soeurette niet, die tobt maar al te graag en ik zie niet in hoe wij de dingen nu opeens kunnen veranderen, vooral als we er niet met Onkeltje over mogen praten. Ik geloof dat hij nog meer geniet van het buiten dan wij, u moet hem zien als hij hier komt, hoe hij in alles belangstelt, hoe nauwkeurig hij alles bereddert en hoe vervelend hij het vindt als hij weer naar de stad moet. En hij houdt verschrikkelijk veel van ons. Verleden nog, toen wij samen wandelden en op een afgelegen boerderij een glas melk vroegen, glansde zijn geheele gezicht van genoegen, toen de boerin zeide: „Nou, nou, die dochters van oe die mogen er wezen."

Mevrouw Versteynen probeerde nu van het pijnlijke onderwerp af te komen, zij zag wel den strakken blik in de oogen van Soeurette.

Die had een karakter, dat je maar niet zoo gauw doorgrondde, zij was trotsch ook als er maar geen vervelende

verwikkelingen kwamen zóó had zij het niet bedoeld.

Zij ging dien avond maar vroeg naar bed en bij de deur zich omkeerende, zeide zij nog eens : „Denkt er om : ik reken op jullie meisjes," maar zij wachtte niet op een antwoord. Stilzwijgen is toestemmen dacht zij, naar boven gaande, en zij besloot het vervelende onderwerp verder uit hare gedachten te bannen.

Toen Soeurette de deur in het slot hoorde vallen, stond zij eensklaps op, wierp zich op een chaise longue die achteloos in de kamer neergezet scheen, en barstte in tranen uit.

Anne Marie boog zich over haar heen, streek haar over het haar en zeide wel tien keer achter elkaar: „Trek het je toch niet zoo aan, 't is een naar mensch, die tante Versteynen."

Soeurette snikte al maar door, eindelijk keek ze op en hare verwarde haren glad strijkende, zeide ze, haar zuster aanziende: „Wat zullen we doen ?"

Onkeltje -

Sluiten