Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sleuteltjes, die op je schrijfbureautje passen, dus moffel maar niets weg, niets ontgaat er aan mijn speurend oog."

Zij hoorde niet dat hare zuster, de deur sluitende, zachtjes uitsnikte: „Was je toch maar niet zoo'n kind, Annemietje, dan zouden we het zooveel gemakkelijker samen kunnen dragen."

Dien avond sliep Anne Marie in, zonder iets van Soeurette bemerkt te hebben. Den volgenden morgen lag op de tafel der vestibule een dikke brief ter verzending gereed.

„Mejuffrouw Rijnvelt" las Anne Marie hardop en meteen bedacht zij, hoe Onkeltje toch voor haar zorgde, zelfs in bijzondere gevallen had hij gemaakt, dat zij menschen hadden, tot wie zij zich konden wenden.

Toen zij na het ontbijt met tante Versteynen een gedwongen wandeling door de plaats had gedaan, bemerkte zij dat Soeurette alleen was uitgegaan, „de richting van het dorp nemend," verzekerde de knecht.

„Bespottelijk van Soeurette, om zich de dingen zoo aan te trekken," vond tante Versteynen, die toch al niet geheel op haar gemak was geweest, toen ze haar nichtje zoo stil aan het ontbijt had zien zitten; „Zag je wel, dat ze nog roode randen om haar oogen had, ze moest toch bedenken hoe leelijk dat staat, en hoe niets een vrouw gauwer oud maakt dan treuren."

„Soeurette kan niet helpen dat ze alles zwaar opneemt," verdedigde Anne Marie hare zuster, maar tante Versteynen meende dat het van 't stille buitenléven kwam, en zij verzekerde dat het haar in 't geheel niet mee was gevallen, men kon hier de stilte hooren en een mensch had veel te weinig afleiding, ze dacht dan ook wel dat zij den volgenden dag heen zou gaan, „iemand, als je moeder, werkt me ook te veel op mijne zenuwen," eindigde zij op klagenden toon.

„Ma Michon met haar lieve gezichtje?" vroeg Anne Marie verbaasd. „Hoe kan die nu iemand op de zenuwen werken?"

Sluiten