Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tonig te vinden en eiken dag weer hetzelfde. Toch had ze het heel druk gehad, want de zomer buiten is druk. Voorde winterprovisie moet gezorgd en zomerbezoeken moeten ontvangen worden.

Als het een heel mooie dag was en alles zoo wonderschoon bloeide en de geurende bloemen je van alle kanten tegenlachten, zeide Ilse wel eens tot zich zelf: Ik weet niet waarom ik treurig ben, het is zeker in elk menschenleven wel zoo, de dichters noemen het „de zwarte tijd," maar diep, heel diep in haar binnenste wist ze toch wel waarom alles zoo anders was.

„De liefde is blind" zeggen de menschen. Hebben ze wel ooit iets dwazers gezegd ? Liefde blind ? Alsof die niet alles ziet waaraan gewone menschen heel niet denken.

Als in de kerk de twee mooie meisjes van Gerkestein haar plaats innamen in de eikenhouten bank, was er een oogenblik dat er geschuifeld en bewogen werd onder de neergezeten kerkgangers.

Iedereen op de beurt keek eens even naar dien hoek van de kerk. Of ze alleen waren, en of de notaris er bij was, en hoeveel menschen er wel te gast waren, maar straks staarde ieder weer naar den preekstoel, want naar den predikant moest men luisteren of men wilde of niet.

Uit haar hoekje in de pastoriebank had Ilse juist het gezicht op de plaats, waar dokter van Hoogsteden zat, en meermalen had ze gezien hoe zijn oogen afdwaalden en zich vestigden op de Gerkesteinsche bank en naar haar kant had hij geen enkele maal gekeken.

Ook had zij eenmaal gezien, toen ze met een leege mand aan den arm over het weiland liep waar de koppige Kokko graasde, hoe de dokter, die haar niet had zien aankomen, het beest aaide en toesprak, het op commando liet draven en stilstaan en het dan weer met lekkere beetjes, die hij uit zijn

Sluiten